Enfin.
Het was tijdens een van mijn eerste baantjes, ik zal zo rond de achttien, negentien jaar geweest zijn, en mijn verkering was net al een tijdje 'uit'. We, mijn collega maar bovenal beste vriend, et moi hadden de opdracht 'klantjes' te werven voor een diepvriesthuisdienst (commerciele Jehova's noemden we onszelf; "We komen Diepvries bij u brengen"…) en dus togen we, gekleed in een spannende blauwe stofjas met een stapel verregende catalogi onder de arm, door de Groningse binnenstad. Maar of 't nu lag aan 't sombere weer, aan de opvallende non-bereidwilligheid van dat stugge stadsvolk of 't idee dat 'dit toch geen werken was voor een atheïst'; feit was dat collega/vriend W. het gesrpek bracht op hoeren; "Wist je dat Grun'n z'n bestaansrecht ontleent aan het hebben van hoeren?" Nee, dat wist ik niet. Groen als ik was wist ik amper wat hoeren waren, laat staan dat ze een hoofdstad hadden.
En zo kon het gebeuren dat we, gestofjast en al,
Uit de categorie; Waar of Niet Waar.
Ik ben naar de hoeren geweest. Althans; Eens, heul lang gelee. (Nuance; niet naar de hoeren maar naar 1 hoer. En niet eens een echte hoer. Hoer is een raar woord. Denigrerend. "Hoer!" Ik vind 't niks. Okay, je hebt erbij die er ook echt uitzien als hoer voor zover je stigmatiserend kunt spreken van een stereotiep vrouwspersoon. Ranzig gekleed, uiteraard aan de drugs ('meth'), stinkend naar zweet en bij voorkeur zo'n kansarme Oostbloksnol waar zelfs d'r eigen manvolk niet eens in durft vanwege de niet geringe kans op een vliegende SOA en dus noodgedwongen haar werkterrein heeft verlegd naar 't rijke westen waar mannen kennelijk minder kritisch zijn. Da's een hoer.) Zo. dat is eruit. Wereldkundig.
