Morgen weer (ADHD in Verkeer)

Troch Posted on 0 reaksjes 46 x besjoen

07.00 uur

Auto starten. Al pruttelend op weg naar de bank, pinnen. Oh nee, je pas doet ‘t nog niet (magneetstrip sinds 4 weken defect). Maar weer een aanslag op je creditcard (tsjakka, weer € 4 over de balk aan administratiekosten). ;-(

07.15 uur

Next stop; pompstation. Pompstation druk. Kassa druk. Net (weer) onderweg besef je dat je voorruit onder gepekeld wordt door die vrachtwagen voor je. Geen nood, denk je nog, daar heb je zelfs in een Smart een sproeiertje voor. Helaas, vergeten bij te vullen. Leeg. Vanwege die zelfde pekel. Damn…

1 minuut verder, ‘t dorp nog niet eens uit; file. En wat voor één. Geen idee waarom iedereen nu, net als jij, besluit en masse deze route te kiezen. Eikels zijn ‘t. Zou misschien kunnen omdat ‘t de enige weg is uit ‘t dorp? Ach. Anyway.

Kijk uit: vrachtwagen opzij! Tja, waarom zou je ook wachten. Jij hebt waarschijnlijk meer haast dan ik. Ik ben tenslotte maar een half uur te laat.

07.45 uur

Uiteraard besluiten de lokale boeren altijd rond spitsuur met hun John Deere de boel op te houden. Of ‘t een doodgewone fokking zaterdag is neemt Boer Harms de tijd. Weljaat.

Na de hele inhoud van m’n poezelige neus ‘t raam uit geplempt te hebben kom ik bij de ringweg. Ja! Zou ‘t dan toch nog lukken?

Ai! File nummer twee! Net als ik bij ‘t aanzetten van m’n radio midden in de file-informatie val hoor ik dat deze file afwijkt van de norm; vanaf de Heinenoord tunnel (Heijenoord) zit ‘t vast. Zucht… Al surfend, zwabberend, remmend, optrekkend bereik ik baan drie. Mijn baan.

Hola! Remmennnn! Stil. Niet vooruit, niet achteruit. Doodsangsten uitstaan terwijl je in je spiegeltje kijkt; zou die chauffeur achter je wel zo alert en cool zijn als jij? Pfoei. Het remt. Mazzelaar! We rijden weer. We stoppen. We rijden. We sto.. rijden. Stoppen. Je zou er spontane Parkinson aan overhouden.

08.00 uur

We bereiken Zuidplein zonder kleerscheuren. Zal tijd worden. En of ‘t tijd zal worden. Acht uur! Stoplicht groen (waarom heet ‘t eigenlijk stoplicht? Raar…). Meute beweegt.

Woppa! Zeven-en dertig honderd drie-en negentig scholiertjes werpen zich massaal nog ff voor je auto. Kutkinderen. Enfin. Al tuffend, zonder al teveel gewonden, stoplicht twee. Net op rood natuurlijk. En alles duurt langer als je haast hebt. Wet van Bartholomeus.

08.30 uur

Kortom. We rijden weer. 8.30 uur. Te laat. Kut. Net als je denkt enigszins op snelheid te zijn wordt je weer wakker geschud. Kortom; ik, naief, in gedachten, 50 km p/u. Daar, 3 meter afstand. Zebrapad. Voetganger. Voetganger?!? Ik, schrik, rem. stil. En wat krijg je als dank voor je levenreddende aktie? Een arrogante blik kan je krijgen! of ‘t jouw fout is dan jij moest stoppen… Mijn voet; trillend op het gaspedaal: zal ik gewoon es, voor de gein, 1 keertje…? Nee! Doe normaal! Net als je aan ‘t bijkomen bent, voetganger twee. Weljaat! Je stond tenslotte nog maar net op je gaspedaal. Hupla, weer een remspoor wat de geschiedenisboeken haalt… Zucht.

We rijden weer. De tunnel des tunnels: de Maastunnel. Ook zo fijn. Ook al eens met pech in gestaan. Tijdens spitsuur, geen vluchtstrook te bekennen, want die had je niet nodig in die tijd dat deze tunnel gegraven is. Ook geen zuurstof voor that matter. Who needs zuurstof? En juist vanwege het gebrek aan deze non-essentiele zaken is er altijd weer een categorie automobilisten die spontaan tunnelvrees ontwikkeld. Resultaat, de meute, gangetje dertig achter zo’n fobie-figuur aan tuffend. Praktisch midden van de tunnel, want ja, stel je voor dat je de zijkant raakt. Niemand kan inhalen. Want ik tunnelvrees, zij tunnelvrees. Tien minuten later haal je, al rochelend, het einde van de tunnel. Het Licht! Maar dan moet je nog naar rechts. Weer zo’n ongeschreven wetje: iedereen die rechts rijdt, moet eigenlijk aan het einde van die tunnel de weg naar links hebben (..). En vice versa. Hoe bedenk je ‘t zo? Kortom: een kluwen auto’s, al vloekend, tierend, toeterend, gebarend. Gezellig.

Next: stoplichten, groot kruispunt. Verbazend. We kunnen zo doorrijden! Joepie! Ho! Wacht ff. Even voor de duidelijkheid; stoplichten zijn er alleen voor sommige automobilisten. Niet voor het resterende deel van de weggebruikers. Ofwel, ben je net lekker op gang, tieft er weer zo’n fietser voor je langs. En nog 1. En nog 2. Forenzen wordt een Olympische Sport: mijn specialisme zal dan de slalom zijn. Links, rechts, links.. ik begin er handigheid in te ontwikkelen… Pfoei! Nog even doorzetten. 1 na laatste stoplicht. Weljaat, deze variant hadden we nog niet gehad: oranje. Knipperend. Ofwel; kamikaze! Voetgangers, automobilisten, fietsers, vrachtwagens, bussen en trams; allemaal tegelijk de weg op! Ontwijk! Gas! Rem! Trek op! Stop! Gierend! Bocht! Rem! Kind! Bus! Vrachtwagen! Stop! Van links! Van rechts! Achter je! Tram! Al hyperventilerend besef ik me; ik heb ‘t gered: ‘t laatste kruispunt.

Terwijl ik het zweet in bakken van m’n voorhoofd schep, sta ik te wachten voor ‘t licht. Klop, klop. Ik kijk opzij. Zie een zwaar uitgemergeld gezicht met twee armen eraan vast. Hij (‘t is een hij, denk ik. Of een zij moet tegenwoordig ook baardgroei ontwikkelen) murmelt, terwijl ik m’n raam een centimeter laat zakken, of ie alsjeblieft m’n vooruit mag wassen. Nu? Nee, andere keertje maar. Nu heb ik haast. Terwijl ik dat verstaanbaar (je weet ‘t niet; misschien komt ie wel uit een ander land of zo) tracht uit te brengen word ik op de hoogte gebracht van het feit dat ik een ‘teringlijer’ ben. Oh. Okee. Euhm… Gauw gassen. Voor je ‘t weet hangt prakt ie z’n gebruikte spuit door mijn raam, in m’n roze huidje. Ben ik nog verder van huis. Met piepende banden scheur ik weg, van de plek des onheils. Gelukkig! Stel je voor, zeg…

Laatste bocht. Yesss! I made it. Bijna gelukzalig zie ik de contouren van m’n werkplek. Ik kan m’n tranen bedwingen. Maar ‘t valt om de dooie donder niet mee. Snik. Net als ik ons terrein op wil draaien, zie ik dat een naieve, soon-2-b-murdered-collega, volstrekt tegen alle formele, informele en natuurlijke wetten in, z’n Panda op ‘ons’ plekkie heeft geparkeerd (Gereserveerd: Systeembeheer.. Is ook moeilijk, hoor). Ach. Wat maakt ‘t uit… Ik parkeer m’n auto op een non-parkingspot (Niet parkeren; Brandweer) en loop fluitend naar binnen. 08.45 uur. Morgen weer een dag.

Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Inline Feedbacks
View all comments

↓
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x