M’n eerste auto Een Datsun 120A F1

Ach, wat leuk.

Flikkert er net, terwijl ik aan ‘t opruimen ben, een stapel foto’s van heel lang gelee op de grond en ligt deze bovenop. En ja, ik ben er van op de hoogte dat ik er al eens eerder over geblogosfeerd heb alleen was ik destijds niet in het bezit van authentiek beeldmateriaal. Nu dus wel.

datsun_grut

Ik weet zelfs ‘t moment nog. Ik schat dat ik daar nog niet zolang mijn rijbewijs heb. Ergens jaren tachtig. ‘t Is zondagmiddag en ik doe iets bij de lokale radio. Duo-presentatie is op dat moment heul erg hot (wat blijkt uit copycats zoals die types van Curry & Van Inkel en zo) en trendsettend als ik op dat moment ben doe ik dus elke zondagmiddag duo-dingetjes met een of andere Jan. Of Simon. Of zoiets. Nah ja, z’n naam ben ik vergeten.

Wat ik me wel herinner is dat hij aan een chronisch vorm van acne leed en overmatig pokdalig als ie was voor de radio koos. ‘n Verstandig man. Raar, die dingen die je wél onthoud.

Goed. Terug naar de foto. Stapeltje maxi-singles onder de arm, ruitjesjack aan (erg druk maar ook dat was hip) en gewapend met een bloedserieuze kijk-mij-eens-discjockey-zijn-blik stapte ik elke zondag in m’n karretje om me naar de Surinamesingel in Heerenveen te begeven. 

‘t Was een Datsun Cherry. Iets van 1200cc wat nu geen brood aan de dijk zet maar voor een eerste auto natuurlijk bloedsnel is. Vooral in vergelijk met die Yamaha FS1 brommert die ik daarvoor bezat. Had ‘m gekocht van die dikkige Jan Bergsma en z’n dubieuze tokkie-broers -‘t bleek achteraf ook een ietwat vreemde zakelijke transactie- maar eenmaal in mijn bezit pimpte ik me helemaal ‘t apenzuur. Nog voordat pimpen een werkwoord werd, zeg maar.

Geen cent te makken, vakkenvullen was ook toen al een zo’n slechtbetaald kutbaantje, maar wel de breedstmogelijke sloffen onder dat ding. Aluminium. Een flinke stereo erin geplempt, zes luidsprekers als ik ‘t me goed herinner (zou ik je ook nog een leuk verhaal over kunnen vertellen. Iets met verkeerd aangesloten kabels èn brand èn midden op de weg en zo. Maar da’s voor een volgende keer), sportstuurtje, kuipstoeltjes. Kortom; every boy’s wet dream.

De daaropvolgende winter ging ‘t mis. ‘t Vroor nogal en m’n oetepetoetie stond koud te wachten tot iemand haar in beweging zou zetten. Niet voor- of achteruit te krijgen dat ding: remblokken vastgevroren.

Gelukkig was daar broer met z’n hoe-heette-zo’n-Ford en bood aan om ‘m even los te trekken.

Nou, ik kan je vertellen; dat is ‘m gelukt. Los wastie. Total loss. 😢

Althans: voor de helft.

Want op het moment dat broer zijn pedal to the metal bracht vloog de gehele bovenkant van mijn rode duiveltje met een hels kabaal door de lucht en bleef het chassis staan waar die stond. Zo rot als een mispel. En ineens was ik de minder trotse eigenaar van een tweeledige auto.

En dat omroepen is ook nooit wat geworden. Geitenwollensokkenhufters.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *