Bovenop het nieuws!

145Jawel; een heuse brand -zomaar- in ons dorp! Dat schreeuwt om BURGERJOURNALISTIEK!

Opgewonden begeef ik me richting de plek des onheils. In de wetenschap dat de backdraft, waar zovele moedige brandweermannen en -vrouwen het leven door lieten, ook het mijne kan ontnemen.

Desondanks ben ik van mening dat de hardwerkende burger, waarop de pijlers van deze maatschappij zijn gebouwd, récht heeft op informatie en dat wij –de journalist– de nederige taak hebben dat te leveren, tegen elke prijs.

En dus jaag ik mijn auto door de menigte om uiteindelijk tegen een halfhoge stoeprand tot stilstand te komen. Dubbelgeparkeerd maar dat geeft niks –het doel heiligt tenslotte de middelen– bevind ik midden in het Voorportaal van de Hel.

Ik leg mijn camera aan en schiet. Het is alsof het een eigen leven begint te leiden; foto’s volgen elkaar in rap tempo op als ware het lege hulzen tijdens een hevig afghanistanistisch mitrailleursalvo. De lokale Hermandad tracht mij nog te belemmeren in mijn functioneren door het vormen van een massief cordon echter, aalglad als ik ben, wurm ik mezelf tussen enkele benen door om zo de arm der wet een hak te zetten.

De vlammen jagen inmiddels door het dak, dikke zwarte rookpluimen geven het geheel iets surrëels.

Mijn adem stokt in mijn keel als ik de bewoner ontwaar die hysterisch aan de dakgoot hangt. Ik moet iets doen maar kan onmogelijk mijn plicht verzaken; het vastleggen van het verschrikkelijke beeld wat zich op mijn netvlies ontvouwt. Mijn ticket to fame opgeven? Jamais!

Brand meester! Met bezwete, bloeddoorlopen gezichten verlaten deze moedige brandweermannen en -vrouwen gearmd de scène de crime waar nu niet veel meer van over is dan een rokend hoopje hout, glas en zwartgeblakerde muren. De tragiek valt van de gezichten af te lezen; déze strijd heeft men verloren. Dikke tranen biggelen over die beroette wangen. Zij hebben gefaald. Dit is hún tragiek, hún Waterloo

Ik vertrek. Kan er niet meer tegen. Thuisgekomen barst ik in huilen uit. Het Verdriet. Maar ook van vreugde en voldoening want ik ben dankbaar. DANKBAAR voor het feit dat ik dit mag doen voor jou, jou én jou! De burger die recht heeft op zijn nieuws. 

Wat er werkelijk gebeurde: ik zit wat met mezelf te spelen aan m’n pc en hoor een sirene. Kijk naar buiten maar zie niks. Loop naar beneden, pak m’n jas en camera, stap in de auto en rij richting het geluid.

Ik ontwaar een aantal brandweerauto’s en parkeer mijn auto keurig bij de kerk. Geld in de parkeermeter want de wet overtreden mag natuurlijk niet en hupsadesie. Door één van de pilotiemensen word ik verwezen naar het hoofd van de brandweer, geen idee hoe zo’n functie heet, en die vertelt mij dat ik ‘wel even rond mag kijken‘ maar dat de brand al een tijdje meester is. Ik schiet een paar plaatjes van niks want vuur noch rook te zien.

Vraag wat rond over de situatie maar krijg niet meer te horen dan dat de bewoonster van het pand weliswaar in een lichte shock verkeert maar verder ongedeerd is. (“Niks aan de hand; doorlopen, mensen!“)

Ik klets nog even met die ene fotograaf (die overigens een half uur later ter plekke was. En euh.. lelijke andere foto’s maakt –update: link dood-) over ‘ons vak’ en ga weer naar huis. Beetje foto’s bewerken en een lultekst neerplempen. Enfin. Geen brand gezien maar heb in ieder geval die verstofte perspas weer ‘ns gebruikt. 

Ik maak wat mee.

Sis it mar:

avatar
  Subscribe  
Abonneren op