Ik. Loser

Stoppen met roken, deel 4.

Augustus 1981. Ik ben hier zestien jaar en sta op een Marvel Comics Manier een tuinslang op te rollen want dat doe je zo op die leeftijd. We zijn vakantievierend onderweg met het gezin door Griekenland. Deit (da’s heit voor intimi) heeft daar een catamaran gekocht en wil deze verplaatsen van A. naar B. 

Ik rook dan al een tijdje stiekem, vanaf mijn veertiende zelfs. Waarom weet ik nog steeds niet, zal iets te maken hebben met foute vriendjes en dergelijke, maar feit is dat ik mijn Lucky’s heimelijk bij elkaar sprokkel d.m.v. krantenwijken en een weekendbaantje als pompbediende. Deit en Mem weten van niks. Denk ik.

Want, terwijl ik mij even later afzonder van de rest van de familie om even ‘een stikje te rinnen’ (lees; ‘een sigaretje te gaan roken’), schrik ik mij het apenzuur wanneer ik achter mij de stem van Mem hoor: “Asto dan toch smoke moaste, doch it dan wer wij bij binne…” Mem is waarschijnlijk in de veronderstelling dat gecontroleerd roken wellicht kan leiden naar gecontroleerd stoppen. Tevergeefs: 30 jaar later rook ik nog steeds…

Maart 2012. Vriendin Moos is drie vier weken geleden gestopt met roken d.m.v. laserbehandeling. En hoewel de gevolgen daarvan bij haar nu niet echt uitnodigen om ‘dan ook maar te stoppen’ -al wat zij doet is slapen, hoofdpijn hebben en lusteloos zijn-, besluit ik solidair te zijn en idem mezelf te laten bestralen. Ik ben sceptisch, het is tenslotte niet de eerste keer dat een poging doe, maar volgens de ‘geleerden’ is laser niets anders dan acupunctuur aan een draadje en dat is weer uitgevonden door de Chinezen. En wie durft er dan aan duizend jaar wijsheid te twijfelen? Precies.

En zo geschiedt. Gisteravond half acht. Ik ben al een week nerveus want ja, je hebt die slechte gewoonte dan wel dertig jaar bij je maar ‘t blijft wel jouw slechte gewoonte en van afscheid nemen hou ik niet. Moos levert mij af bij de lasermevrouw en na mijn laatste, symbolische peuk ga ik naar binnen.  Wat volgt is een, overigens aangenaam intakegesprek waarin alles aan bod komt van persoonlijkheid tot verwachtingen, van oorzaken en gevolgen. Ik vermoed dat dit mijn gemoedstoestand moet sturen naar totale overgave of iets dergelijks. En ik moet toegeven; dit en de thee (wut?) doet ‘t ‘m. Ik ben relekst, man.

Ik moet ‘t je even vragen“, zegt de lasermevrouw; “wil je écht stoppen met roken?” “Ja,” zeg ik; “ik wil écht stoppen met roken.” Ik schrik van mezelf.

Ik ga liggen op een tandartsstoel met een gezellig kleedje en de sympathieke lasermevrouw gaat los. 35 drukpunten later ben ik klaar.  

Hoe voel je je?“, vraagt de lasermevrouw. “Een beetje vermoeid.“, zeg ik.

Moos houdt me een paar dagen eerder voor dat je na de behandeling niet meer dat verlangen zal hebben naar een sigaret. Het klopt niet. Sterker nog; op de weg naar huis word ik onrustig en schreeuwt elke vezel in mijn lijf om een Javaanse Jonguh. Van ellende haal ik een familiezak patat en loop zo hard als ik kan naar huis. Daar aangekomen ligt Moos te slapen op de bank en schuif ik in mijn eentje die halve kilo aardappel naar binnen. Het helpt niet.

Moos wordt wakker maar vraagt niet naar mijn gemoedstoestand, slapende honden wakker maken kan altijd nog, maar ik merk op dat zij geraffineerd alle asbakken heeft opgeruimd. Ik zeg niks over hoe ik mij voel -want teleurstelling- en dus doe ik vrolijk. Zap wat langs tv-kanalen en drink water (wut?). Niet veel later vertrekt Moos naar d’r eigen stek en gaat het mis met me. Ik vis de tabak uit m’n jaszak en draai de dikste sigaret ooit. En nog één. En nog één. Ik ben furieus. Op mezelf.

Hoewel de lasermevrouw het me verboden heeft, schenk ik een grote whiskey in en vlieg naar boven om even helemaal los te gaan op de twitters. Ik wil een schouder, al is het een virtuele. Die krijg ik, samen met allerlei goedbedoelde adviezen. Maar het kan het knagende schuldgevoel in mij niet verbloemen. Schuld, niet ten opzichte van mezelf, maar ten opzichte van Moos; zij heeft tenslotte de behandeling betaald. Het was een kadootje vàn haar ààn mij. (..)

Ik ga naar bed. Misschien kan slaap rust brengen. Dat doet het niet. Sterker nog; het wordt een beroerde nacht: koortsaanvallen god-mag-weten-waarom, nachtmerries en veel te vroeg mijn ogen open. Tegen de verwachting in word ik echter geheel fris en fruitig wakker, dat dan weer wel, en heel even denk ervan af te zijn; van dat vermaledijde roken. Bijna ga ik de fout in door de Senseo aan te zetten maar weet mezelf nog gauw te corrigeren. Het wordt thee. Ik heb een hekel aan thee. Thee is ranzig en mist de ballen van koffie. Mijn humeur betrekt. Een uur later word ik nerveus, zoek een excuus maar vind deze niet. Ik schenk mezelf een Senseo in. En nog één. En nog één. Ik steek een peuk op. En nog één…

‘t Is nu half zeven in de avond. Bijna 24 uur later, € 150 en het laatste restje trots armer. Want wat ben ik hier wijzer van geworden behalve dan datgene wat ik al wist? Ik ben een slappe lul. Maar eigenlijk wist ik dat ook al.

Het is nu officieel.

Sis it mar:

avatar
  Subscribe  
Abonneren op