Gedicht. Voor mijn held Lijster.

Maar wat schelter in mijn ooren 
Dat soo vrolick sich laet hooren? 
‘t Is de soete klocke klanck, 
Lijsterke singt zijn hellen sanck, 
Lijsterke comt ons tuijn vereeren, 
En de klockjes spreecken leeren, 
Schaetert door de teere blaen 
Datse we’er geluydtjes slaen. 
Daer begindt hy op zijn fluydtje; 
Dat was’t! O! wat liever tuytje!


Dit is Lijster. Lijster is een Merel.

Hij heet zo omdat je een vogel natuurlijk niet Henk gaat noemen. Dat zou belachelijk zijn.

Enfin. Lijster zit al praktisch vijf weken lang, élke dag, bovenin een overmaatse conifeer in mijn achtertuin en luistert zo de buurt op met vrolijk gezang.

Als je je erin verdiept, écht in verdiept, kun je horen dat vogels zoals Lijster over een repertoire beschikken waar die Indiaan nog een puntje aan kan sabbelen.

Merels hebben dan ook geen last van falende oortjes. Sterker nog; ik durf het algehele bestaan van oren in merels te betwijfelen. Maar dat terzijde.

Lijster's dagelijkse repertoire begint met een eenvoudig 'Tsjirp! Tsjirp!' via het al wat ingewikkelder 'Fay-no-PEHP-lah! Fay-no-PEHP-lah!' om vervolgens bij het zeer complexe 'Kor-dil-yar-ehn!, Kor-dill-er-ehn!' te eindigen.

Ik weet dat want ik heb teveel tijd op mijn handen en geen sociaal leven. Dan hoor je dat soort dingen.

Zoals gezegd vliegt de vogel elke dag af en aan.

Het waarom daarvan is me nog steeds onduidelijk maar het zou zo maar kunnen dat hij zo nu en dan de thuissituatie even niet aankan, het huis nest ontvlucht om even, als een echte vent, zijn ding te doen: fluiten.

Zou kunnen. Dat doen mannen.

Noem me sentimenteel maar ik voel een verbintenis met Lijster. We groeien als het ware naar elkaar toe.

Vond ik 't in eerste instantie bijzonder irritant, dat ge-tsjirp; nu raak ik in paniek als 't gemoedelijke verenballetje een welverdiende ADV dag geniet en derhalve niet op komt dagen. Dit gebeurt gelukkig maar zelden.

De laatste dagen echter ervaren wij concurrentie van enkele duiven. Van die iele. In ónze boom. Die krengen komen bij de buurman vandaan.

Lijster en ik zouden daar in theorie nog mee kunnen leven, wij hebben namelijk onze naaste liev, ware het niet dat deze twee geen wòòrd uitbrengen. 

Niets. 

Geeneens een eenvoudige roekoe. In onze optiek verdien je dan geen plek in onze conifeer.

Moraal van dit verhaal; géén. We moesten het even kwijt.

Inmiddels zingt Lijster weer zoals hij gebekt is en moet ik nog ontbijten.

Wij groeten u.

"Kor-dil-yar-ehn! Kor-dill-er-ehn!"


 

Abonneer
Laat het weten als er
guest
8 Comments
Oudste
Nieuwste
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

↓
8
0
Zou graag je gedachten willen weten, s.v.p. laat een reactie achter.x
()
x