Zò was ze toen ook al …

De koningin pakte mij kordaat bij de arm en gebood mij naast haar te gaan zitten. Dit nadat ik haar moeder geduldig naar boven had geleid via de grote witte trap in het midden van de stationshal met de enorme ramen en het fragiele mensje had uitgezwaaid, dààr, bij de lift.

Ik zat naast Bea op de stretcher en zij sloeg een arm om mij heen. Ze drukte me tegen haar aan en zei; “Hòòr. Zo was ze toen ook al.” en we luisterden samen naar een bandopname van de prinses van Oranje-Nassau waarvan het geluid uit de bolling van een gevallen parasol leek te komen.

Nadat Juliana’s frêle stem langzaam wegebde in de echo van de tijd kneep Beatrix nog eenmaal stevig in mijn arm zoals alleen trotse dochters dat lijken te kunnen en liet vervolgens los met de woorden; “Ja. Zò was ze toen ook al…”

Ze vroeg mij te gaan, knikte nog even goedkeurend naar me en draaide toen het hoofd de andere kant op, kijkend naar buiten, starend in het niets. De laatst gesproken woorden prevelend op de lippen maar met een koele blik.”

En toen.. toen werd ik wakker. 

‘t Is dat ik het opgeschreven heb, afgelopen nacht, in bed. Anders had ik mezelf niet geloofd. Want republikein èn mens als ik ben; zò zout heb ik ze nog nooit gedroomd. Wtf?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *