Landelijk Schakel Punt (LSP) EPD. Maar dan anders ... (#kuch)


(Cartoon: NRCnext | Hajo)


Nét gebeld door een huppeltje van de lokale apotheek. Of ik bezwaar heb tegen registratie in het Landelijk Schakelpunt (LSP, ook bekend als AORTA).

Op mijn vraag of dat niet hetzelfde is als het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) van een paar jaar geleden, waar ik in februari 2011 al schriftelijk bezwaar tegen maakte omdat men (ook toen) niet kon garanderen dat zorgverzekeraars en andere medi-maffia -laat staan Russische hackers– deze database als medische grabbelton konden beschouwen, is haar antwoord nu resoluut; “Maar nee! ‘t Is nu helemaal veilig, hoor!”

Op mijn vraag hoe zij hier zo zeker van kon zijn, is het antwoord een veelzeggend; “Omdat we die toezegging hebben gekregen!” (..)

Yeah, right.

“En nog wat,” vervolg ik; “men mag zichzelf dan op de borst slaan dat, in tegenstelling tot het EPD vehikel van toen, de database er bij het LSP tussenuit gehaald is (“the middle man”), maar nog steeds ben ik aan de grilligheid van zorgverzekeraars en (andere) Big Pharma overgeleverd want men kan, bij toestemming, nog steeds informatie krijgen over mijn fysieke dan wel mentale gesteldheid. Hoe zit dat?”

“Euh… ” verzucht het arme kind.

– ‘On a roll here’ –

Ik pak mijn internet erbij en ga nog even verder: “Autorisatie module? Verwijsindex? Schakelpunten? Audit logs? Landelijk UZI register? Sectorale berichtenvoorziening? Zorginformatie-makelaar? Allemaal mooie woorden maar wat ís het en wie controleert dat allemaal? CSC Computer Sciences en Nictiz, zeg je?

Ben je je ervan bewust dat dat commerciële bedrijven zijn? Met een winstoogmerk?

En, geef toe; als je als bedrijf een systeem bedenkt en je noemt het zélf GZN (Goedbeheerd ZorgNetwerk) of GBZ (“Goed Beheerde Zorgsystemen“), da’s toch eigenlijk hetzelfde als WC-Eend die WC-Eend als beste WC-reiniger uit de bus laat komen? 

Moet dat vertrouwen wekken bij mij als simpele cliënt?”

Het huppeltje negeert mijn vragen volledig en haar toon wordt grimmiger. 

“U beseft dat u dan zelf uw medische gegevens bij u moet dragen bij een eventueel ziekenhuisbezoek?”

“Ja hoor. Maar A. Ascal, dat onthou ik nog wel, B. daar heb je zelfs app-jes voor tegenwoordig (bijv. ‘Health‘, lokaal opgeslagen op de telefoon. Ook niet waterdicht maar je hoeft ze niet wijzer te maken dan ze al zijn), en C. vermoed ik dat de betreffende specialist best wel even met mijn huisarts kan bellen want die kent mijn medische achtergrond.”

“Oh ja… “ murmelt ze. Met een pinnige “Nah ja, u moet het zelf maar weten…” hangt ze op.

Ik blijf me verwonderen over onze overheid. Geef een ondeugdelijk (gecommercialiseerd!) registratie-systeem van een paar jaar geleden, waar men massaal tegen in opstand kwam wegens rammelende privacy, een ander labeltje, sleutel er een beetje aan en presenteer het vervolgens een paar jaar later als ‘veilig’ en vooral Nieuw! Nieuw! Nieuw!
 
Noem me cynisch, noem me wantrouwend of noem me gewoon een lul, maar zolang er mensen én computers in het spel zijn, valt zo’n beetje alles te hacken.

En ik mag dan voor het moment zg. ‘niks te verbergen hebben’, wie zegt mij dat dat in de (nabije) toekomst niet het geval is? Wat als een toekomstige zorgverzekeraar over mijn (kostbare) aandoening struikelt in dat LSP en mij op basis daarvan deelname dan wel behandelingen of medicijnen ontzegt?

Mwèh. Geef mijn portie voorlopig maar aan Fikkie.

“…Bij alle partijen is er onduidelijkheid over welke data waar ligt en wie er voor verantwoordelijk is. Mariëlle Blankestijn, patiënt met een dwarslaesie, verwoordde het treffend: “Als je ziek wordt, dan ben je opeens allerlei dossiers. Bij de gemeente, bij het CAK, Wmo, de zorgverzekeraar. Het uitwisselen van informatie tussen die dossiers kan mogelijk tegen je keren. Ik weet een voorbeeld van een patiënte die geen recht had op een traplift omdat er ergens ‘terminaal’ stond in een van haar dossiers. Terwijl ze nog jaren leefde.” bron privacynieuws.nl


Méér

Zomaar wat foto’s van Rotterdam omdat ik er toevallig moest zijn

Het hoogste kantoorgebouw van Europa. Eens. Nu gewoon het Witte Huis. En Piet Blom’s Kubuswoningen. En een haventje en een oude kraan.

Zomaar wat foto’s van Rotterdam, omgeving De Boompjes. Omdat ik er vanmorgen toevallig moest zijn. En aangezien ‘t komkommertijd is -want zomer- mag dat gewoon. Volgende keer gaan we de diepte weer in, oké? #ahum

De laatste twee foto’s zijn overigens binnen de Barendrechtse IKEA genomen. Een parkeergarage en een kapotte computer. Weet je dat ook weer. Nou, doei.

(Zoals gewoonlijk geldt ook hier; click pic for big)

Panorama 1. Vanachter Tropicana. Verderop de Willemsbrug. Ook al oud. Waarom er rechts lelijke flats staan is mij ook een volkomen raadsel.

Méér

Bevallig behang Alles voor De Eierbal

Werkelijk geen idee hoe meneer De Snackbar mijn foto gevonden heeft, ik vermoed via de LC -ik heb ‘t ‘m verder niet gevraagd-, maar feit blijft dat ik onlangs op ‘s mans verzoek benaderd ben met de vraag of ik bereid zou zijn voornoemd beeldwerkje af te staan opdat men er een toepasselijk kamerbreed behangetje van mocht maken.

‘Toepasselijk’ omdat de vreetschuur (voorheen een ietwat trieste fietsenwinkel) om onduidelijke redenen vernoemd is naar de enige hoogbouw die Heerenveen telt (“Snackbar De Munt”) terwijl deze flats in geen velden of wegen zijn te bekennen zijn vanaf hunnie locatie. Nah ja, met een beetje fantasie, wellicht.

Anyhoe. Na veel vijven en zessen, de tussenpersoon bleek van het type ‘ons bin zunig’ en ikzelf wil altijd de hoofdprijs voor ‘mijn werk’ (dit is overigens de eerste keer maar jezelf hoereren voor een grijpstuiver kan altijd nog), kwamen we een prijs overeen.

Op het scherpst van de snede heb ik nog wel even keihard onderhandeld over een eventuele Eierballen Clausule, ik heb namelijk een eierballen-fetisj en had graag gezien dat deze delicatesse lokaal naar mij vernoemd zou worden maar helaas; dit viel niet door de accountant te verantwoorden. Zei men.

Beetje flauw maar ‘t is niet anders.

Nadat ik tenslotte één en ander nog even met mijn Feestboekse achterban heb overlegd, dit soort belangrijke zaken moet je niet te overhaast maar vooral niet in je eentje beslissen, zijn we tot de conclusie gekomen dat deze geste eigenlijk best wel z’n doorgang kon vinden. Hoezee!

Goed. Annie Leibovitz in Le Hermitage, Robert Mapplethorpe in het Guggenheim, Paul Huf in het Stedelijk en Uw Eamel in een Snackbar.
Ik zeg; wereldheerschappij begint hier!  Méér

Hekje twee; hoerentoeter #klussemeidurk


ÉÉN.

Ik was ‘m helemaal zat, die heg.

Die stond er maar groot en vormloos te zijn en maakte -al dan niet bewust- mijn postzegeltuintje tot één grote hagenbeuk beukenhaag

Daarbij opgeteld zag ik door de heg de hondjes niet meer en dus restte mij als lord of the mansion maar één laatste redmiddel; de bijl erin (in de heg, niet in de hondjes).

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan want de wortel ervan reikte zowat tot aan China maar gelukkig kreeg ik hulp van Ome Willem en toen was het in een poep en een scheet gedaan; wèg heg.

Vervolgens een overdaad aan graszaad op de kalende plek, beetje koeienmest en een beetje water en nu maar afwachten.

Anyhoo.


TWÉÉ.

Het doet pijn om toe te geven maar dat andere hekje was inderdaad spoeglelijk. En dus besloot ik er nieuwe hagenbeukjes beukenhaagjes tegen aan te plakken opdat dit huis een beetje de/het cachet van eertijds krijgt.

Want bij oude huizen horen oude hagenbeukjes beukenhaagjes en niet van die lelijke Buxussen en zo. Je weet tog.

Zo gezegd, zo gedaan. 

Hagenbeukjes beukenhaagjes: check.


DRIÉ.

Bleef de kwestie van de weglopende hondjes als mevrouw en ik weer eens op de buitenbank plaatsnamen om de laatste zonnestralen van de dag mee te pikken; er moest een afsluitend tuinhekje in.

Gietijzer? Mooi want klassiek maar -helaas- hekjes op Marktplaats pasten niet, waren veels te duur of werden in Lutjebroek aangeboden en dus moest ik, tegen beter weten in, er dan zelf maar één maken. Van hout, uiteraard.

Ik had nog een schuttingpaal liggen, wat verf en scharniertjes en na wat passen en meten was -ie klaar; mijn hekje. Vervolgens wat palen de grond in, beetje cement erbij voor de stabiliteit en het was toen dat ik erachter kwam dat ‘t hekje zo scheef was als een hoerentoeter.

Maar omdat ik er geen zin meer in had zou ‘t me werkelijk aan de anus oxideren wat een ander ervan vond, en dus besloot ik ter plekke dat het goed was. Kortom; hekje klaar.


VIÉR.

Helaas was ik vergeten het hoogteverschil van de tuin in mijn berekeningen mee te nemen met als resultaat dat mijn hekje niet open of dicht kon. Kut. Déjà vu werd mijn deel. 

Omdat ik geen stratenmakende connecties heb werd ik gedwongen mezelf dat in één dag bij te brengen. En verdomd; zes drie uur en heel veel aan beloofde spierpijn later lag daar een nieuw -waterpas- (!) padje en kon m’n hekje open. Hoera!

Scheef als een hoerentoeter. Maar als je je ogen dichtknijpt tot een spleetje zie je daar op een afstandje niks van. Sort of.

Méér

En dàt was Sensation White Opa spreekt.

Dertien jaar geleden, toen ik nog dacht Hip & Happening te zijn, voltrokken zich de laatste stuiptrekkingen van mijn jeugd.

Om eerlijk te zijn weet ik er niet veel meer van.

Behalve dan dat mijn destijds Kleine Muze -die in haar zestiende jaar op spectaculaire wijze mijn leven binnen denderde, dat vervolgens zo’n vijftien jaar op z’n kop zette, om rond haar zeven- en twintigste weer stilletjes te verdwijnen wegens futiliteiten zoals volwassenheid en iets met ‘op eigen benen staan’- erop stond dat we er ook eens naar toe moesten; het dansfeestje van Sensation White.

Mijn Muze toen het nog een Muze was

“Wil je niet met één van je vele vriendjes daar naar toe? Da’s toch veel leuker dan met zo’n ouwe lul?” “Nee, ik wil met jou. Veel gezelliger.” √ Check.

En zo reden we -volledig in het maagdelijk (ha!) wit gestoken- op een zonnige namiddag in juli in m’n destijds al even hip & happening Smart richting Amsterdam Arena, alwaar men amper twee uur later alvast zonder ons begonnen was. De lijers.


Inderdaad; beelden van 2003 ipv 2004 want betere Anthem en daarnaast dé inspiratie om het jaar daarop zélf eens naar Sensation te gaan. Hier die van 2004.


Zoals gezegd laat m’n geheugen me enigszins in de steek voor wat betreft het verdere verloop van de avond, al dan niet onder invloed van een pilletje (toen; niet nu).

Wél weet ik me nog te herinneren dat ik dat ik overweldigd was door de explosieve energie van 25.000 dansende mooimensen, de specta- culaire lichtenshow, dat ik met ie-der-een heb staan flirten, althans; met hen in het bezit van twee tieten en een vagijn zoals die twee dames uit Brabant en/of Friesland, en dat ‘t zomaar ineens de volgende morgen was.

Anyhoo. Kapotmoe maar tevree reden we uiteindelijk het ochtendgloren tegemoet, Muze soezend op ‘s mans schouder en deephouse op de radio (raar hoe willekeurig het brein werkt; dát soort dingen onthou ik dan weer wél).

Vanwaar deze overpeinzing, vraagt U?

Awel. Het was me allemaal al enigszins ontschoten tot ik afgelopen week een berichtje tegenkwam op de social media’s; Sensation stopt (spiegeltje). ID&T vindt het tijd voor wat anders want de formule wordt sleets. En geef hen ‘ns ongelijk: de ‘grote’ namen willen niet meer (spiegeltje) en die witte kleden-dracht hebben we nu ook wel gezien. Dus dàt was dat.

Zucht. Those were the days.

(Foto’s ervan heb ik nooit geplaatst. Opklikken en je weet waarom.)


Méér