Bevallig behang Alles voor De Eierbal

Werkelijk geen idee hoe meneer De Snackbar mijn foto gevonden heeft, ik vermoed via de LC -ik heb ‘t ‘m verder niet gevraagd-, maar feit blijft dat ik onlangs op ‘s mans verzoek benaderd ben met de vraag of ik bereid zou zijn voornoemd beeldwerkje af te staan opdat men er een toepasselijk kamerbreed behangetje van mocht maken.

‘Toepasselijk’ omdat de vreetschuur (voorheen een ietwat trieste fietsenwinkel) om onduidelijke redenen vernoemd is naar de enige hoogbouw die Heerenveen telt (“Snackbar De Munt”) terwijl deze flats in geen velden of wegen zijn te bekennen zijn vanaf hunnie locatie. Nah ja, met een beetje fantasie, wellicht.

Anyhoe. Na veel vijven en zessen, de tussenpersoon bleek van het type ‘ons bin zunig’ en ikzelf wil altijd de hoofdprijs voor ‘mijn werk’ (dit is overigens de eerste keer maar jezelf hoereren voor een grijpstuiver kan altijd nog), kwamen we een prijs overeen.

Op het scherpst van de snede heb ik nog wel even keihard onderhandeld over een eventuele Eierballen Clausule, ik heb namelijk een eierballen-fetisj en had graag gezien dat deze delicatesse lokaal naar mij vernoemd zou worden maar helaas; dit viel niet door de accountant te verantwoorden. Zei men.

Beetje flauw maar ‘t is niet anders.

Nadat ik tenslotte één en ander nog even met mijn Feestboekse achterban heb overlegd, dit soort belangrijke zaken moet je niet te overhaast maar vooral niet in je eentje beslissen, zijn we tot de conclusie gekomen dat deze geste eigenlijk best wel z’n doorgang kon vinden. Hoezee!

Goed. Annie Leibovitz in Le Hermitage, Robert Mapplethorpe in het Guggenheim, Paul Huf in het Stedelijk en Uw Eamel in een Snackbar.
Ik zeg; wereldheerschappij begint hier!  Méér

Hekje twee; hoerentoeter #klussemeidurk


ÉÉN.

Ik was ‘m helemaal zat, die heg.

Die stond er maar groot en vormloos te zijn en maakte -al dan niet bewust- mijn postzegeltuintje tot één grote hagenbeuk beukenhaag

Daarbij opgeteld zag ik door de heg de hondjes niet meer en dus restte mij als lord of the mansion maar één laatste redmiddel; de bijl erin (in de heg, niet in de hondjes).

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan want de wortel ervan reikte zowat tot aan China maar gelukkig kreeg ik hulp van Ome Willem en toen was het in een poep en een scheet gedaan; wèg heg.

Vervolgens een overdaad aan graszaad op de kalende plek, beetje koeienmest en een beetje water en nu maar afwachten.

Anyhoo.


TWÉÉ.

Het doet pijn om toe te geven maar dat andere hekje was inderdaad spoeglelijk. En dus besloot ik er nieuwe hagenbeukjes beukenhaagjes tegen aan te plakken opdat dit huis een beetje de/het cachet van eertijds krijgt.

Want bij oude huizen horen oude hagenbeukjes beukenhaagjes en niet van die lelijke Buxussen en zo. Je weet tog.

Zo gezegd, zo gedaan. 

Hagenbeukjes beukenhaagjes: check.


DRIÉ.

Bleef de kwestie van de weglopende hondjes als mevrouw en ik weer eens op de buitenbank plaatsnamen om de laatste zonnestralen van de dag mee te pikken; er moest een afsluitend tuinhekje in.

Gietijzer? Mooi want klassiek maar -helaas- hekjes op Marktplaats pasten niet, waren veels te duur of werden in Lutjebroek aangeboden en dus moest ik, tegen beter weten in, er dan zelf maar één maken. Van hout, uiteraard.

Ik had nog een schuttingpaal liggen, wat verf en scharniertjes en na wat passen en meten was -ie klaar; mijn hekje. Vervolgens wat palen de grond in, beetje cement erbij voor de stabiliteit en het was toen dat ik erachter kwam dat ‘t hekje zo scheef was als een hoerentoeter.

Maar omdat ik er geen zin meer in had zou ‘t me werkelijk aan de anus oxideren wat een ander ervan vond, en dus besloot ik ter plekke dat het goed was. Kortom; hekje klaar.


VIÉR.

Helaas was ik vergeten het hoogteverschil van de tuin in mijn berekeningen mee te nemen met als resultaat dat mijn hekje niet open of dicht kon. Kut. Déjà vu werd mijn deel. 

Omdat ik geen stratenmakende connecties heb werd ik gedwongen mezelf dat in één dag bij te brengen. En verdomd; zes drie uur en heel veel aan beloofde spierpijn later lag daar een nieuw -waterpas- (!) padje en kon m’n hekje open. Hoera!

Scheef als een hoerentoeter. Maar als je je ogen dichtknijpt tot een spleetje zie je daar op een afstandje niks van. Sort of.

Méér

Goed Nieuws Show (want een gezonde thorax willen we allemaal)

blazen_800

Chest400

Niet mijn thorax.

“Verbazend. Werkelijk verbazend.” mompelt ze en ze kijkt nòg eens naar het -net uitgeprinte- lijstje wat voor haar ligt.

“Als ik dit aan een collega zou laten zien, zonder enige voorkennis, zou diegene zeggen dat dit ‘t profiel van een gezonde niet-roker is. Wonderlijk.”

Ik zit bij de longmevrouw in ons dorpse medisch centrum. Om de zoveel tijd laat ik me controleren. Niet vanwege een latente aanleg voor hypochondrie maar gewoon, omdat het kan en alleen maar als ik m’n eigen risico al heb opgebruikt want wat er ook op mijn rug groeit, geld is het nog steeds niet. Enfin. 

Vanwege mijn aandoening (waar ik ‘t nog steeds een keertje over moet hebben hier maar lang verhaal) loop ik dus eens in de drie maanden dit pand binnen om mijn bloed te laten controleren op excessen.

En omdat ik laatste tijd opvallend veel COPD patiënten in m’n omgeving heb, besloot ik daar een longonderzoekje aan vast te koppelen. Ook dat was tenslotte alweer een jaar of acht geleden. Medisch shoppen, ik kan dat.

“Ik begrijp er niks van.” gaat ze verder; “Uw thorax is als die van een jongeman.”

Ik heb geen idee wat een thorax is maar deel haar vreugde. “Maar natuurlijk,” zeg ik; “mijn thorax en ik, dat zijn twee handen op één buik. We koesteren elkaar.” en lach er een beetje schaapachtig bij.

Alsof ze mijn onkunde kan ruiken zegt mevrouw; “Uw thorax is alles wat uw ribbenkast omsluit; uw hart, uw longen en datgene wat daar tussen zit.” 

“Oh ja.” is alles wat ik uit kan brengen.

“Gebaseerd op uw profiel;” gaat ze verder; “-man, vijftig, 1.82 mt., 92 kg., stevige roker-  zou je verwachten dat de longinhoud tussen de 50 en 65 procent zou zitten. De uwe is 77%. Da’s slechts twee procent verwijderd van de 79% die als 100% geldt voor mensen die aan hetzelfde profiel voldoen maar nog nooit hebben gerookt. Kortom; ik snap hier niks van.’

“Daarbij opgeteld heeft u -wat wij noemen- een slank hart. Juiste proporties, geen zichtbare vervetting, etc. Kortom; ook daar het orgaan van een jongeman.”

Hoewel ik natuurlijk niet trots ben op mijn -inmiddels- 32-jarige rookverslaving, daar zou ik liever vanaf zijn, kan ik enige opluchting niet onderdrukken.

In ieder geval één zorg minder. Nu nog even die vermaledijde nepkanker te lijf en ik ben weer het mannetje.

Terwijl ik de deur uitloop roept de longmevrouw me na; “Zie het niet als een aanmoediging, hè?”

Ik zeg: “Nee, hoor. Natuurlijk niet.” , grinnik een beetje dom en steek er buiten nog stiekem eentje op.

Want Carpe Diem, weet je.

Méér

Kraanvogel Dan liever de lucht in

stebru150Als kind was ik al gefascineerd door kranen. En dan met name van die lange smalle modderfokkers waarvan je je altijd afvroeg hoe ze in godsnaam overeind bleven staan (nah ja; meestal).

Enfin. Met die fascinatie heb ik verder niks gedaan want dat soort kranen liggen niet voor het oprapen en twee; wat moet je ermee? Precies.

Tot afgelopen week. Ik lig wat te loungen in de tuin, valt mijn blik op zo’n hoogwerker, daarachter de Zinkweg (spiegeltje).

Ik had nog een paar stoute schoenen liggen en dus besloten we gezamenlijk maar eens -gewapend met een camera en een bouwhelm- een bezoekje te brengen aan voornoemde bouwplaats onder het mom van ‘niet-geschoten-altijd-mis‘.

Toegegeven; ik was enigszins nerveus maar vooral sceptisch want waarom zou je als bouwopzichter een willekeurige particulier toegang geven tot een kraan en daarmee je aansprakelijkheid op het spel zetten?

Daarnaast was de kraan gehuurd en heb je met een tweede verantwoordelijke te maken, de kraanmachinist, die z’n speelgoed met z’n leven beschermt. Kraanmachinisten zijn beesten wat dat aangaat.

Ik; “Goeiedag.”
Opzichter: “Heuj.”
Ik: “Mag ik op de kraan? Ik wil graag foto’s maken.”
Opzichter: “Ja hoor. Nu?”
Ik: “Nou, graag.”
Opzichter: “Kom.”

De kraanmachinist was misschien nog wel gemakkelijker als voornoemd opzichter en zei tegen mij; “Ga maar in dat bakkie staan.”, wijzend naar een liftje onderaan de kraan in kwestie.

Het bibberbakje.

Dat bakkie

Dit ging allemaal veul sneller dan datgene waar mijn fysiek op gerekend had en dus stond ik bibberend als een rietje in een gevoelsmatig veel te klein liftje en *oopsy daisy*; daar ging ik, naar boven.

Eenmaal daar vergat ik echter al snel dat ik onderaan een grote smalle paal hing die gevaarlijk heen en weer zwieperde en ik begon foto’s te schieten als een jekko.

Foto’s van mijn huis, van de bouwplaats, van de kraan, de omgeving en nog een paar panoramafoto’s en een #kraanfie.

 

#kraanfie #nieuwrustburg #oudbeijerland

Een foto die is geplaatst door eamel net – (@eamel) op

Die pano’s  zien er beetje uit als het product van een Parkinson patiënt maar dat komt omdat ik weer begon te bibberen het waaide.

Helaas bleek ik in al mijn enthousiasme de noodrem ingedrukt te hebben met mijn rucksack en vatte de kraanmachinist dat op als een ‘Help! Ik wil naar beneden!‘ en ineens stond ik aan de onderkant van boven.

Kak.

Ik was nog niet klaar.

Zoals ik ergens al aangaf hebben de brutalen de halve wereld en dus belde ik diezelfde dag nog met opzichter S. of het misschien toch ergens nog mogelijk was dat ik mijn missie afmaakte; ik moest tenslotte nog meer pano‘s hebben van het Spui en het ‘oude dorp‘.

“Geen probleem.” was z’n antwoord en nog geen dag later stond ik alweer in ‘mijn’ bakkie bibberend vanaf grote hoogte panoramafoto’s te schieten.

Eenmaal beneden zei opzichter S.; “Voor wat hoort wat.” en spraken we af dat ik nog wat plaatjes zou schieten van de bouwplaats, opdat hij kon pronken met z’n projectje op Facebook.

En zo, zo was iedereen blij; ik mijn vervulde jeugddroom, hij z’n vastgelegde bouwwerkjes
De wereld is mooi. Soms.

CLICKPIK 1_800 Méér

Geachte Burgemeester en Wethouders Een bericht van uw lokale Don Quichotte

Geachte Burgemeester en Wethouders.
 
Onlangs heeft U in al uw wijsheid besloten stilzwijgend een verkeersbesluit door te voeren inzake de wijziging van twee reguliere autoparkeerplaatsen in twee parkeerplaatsen voor de gehandicapte medemens. Hiertegen wil ik bij dezen bezwaar maken.
 
Vooropgesteld; ik heb niets tegen parkeerplaatsen voor gehandicapten omdat ik van mening ben dat een ieder zo comfortabel mogelijk moet kunnen leven, of dat zich nu plaatsvindt in de privésfeer of in de openbare ruimte. Dat is een prettige bijkomstigheid van het leven in een democratisch land waarin een ieder gelijk is/hoort te zijn en daarvoor dus gelijke rechten dienen te gelden.
 
Maar, de manier waarop dit tot stand is gekomen heb ik wél problemen mee. Laat ik echter bij het begin beginnen.

Het gaat om twee parkeerplaatsen aan (het einde van) de Jan van Galenstraat, benedendijks, en nabij de kruising met de Karel Doormanstraat te Oud-Beijerland, ter hoogte van/naast Karel Doormanstraat 117 (zie illustratie hieronder).

oude_nieuwe_situatieDeze twee plekken zijn in week 10 (7 – 11 mrt) van dit jaar, 2016, gerealiseerd. Méér