En dàt was Sensation White Opa spreekt.

Dertien jaar geleden, toen ik nog dacht Hip & Happening te zijn, voltrokken zich de laatste stuiptrekkingen van mijn jeugd.

Om eerlijk te zijn weet ik er niet veel meer van.

Behalve dan dat mijn destijds Kleine Muze -die in haar zestiende jaar op spectaculaire wijze mijn leven binnen denderde, dat vervolgens zo’n vijftien jaar op z’n kop zette, om rond haar zeven- en twintigste weer stilletjes te verdwijnen wegens futiliteiten zoals volwassenheid en iets met ‘op eigen benen staan’- erop stond dat we er ook eens naar toe moesten; het dansfeestje van Sensation White.

Mijn Muze toen het nog een Muze was

“Wil je niet met één van je vele vriendjes daar naar toe? Da’s toch veel leuker dan met zo’n ouwe lul?” “Nee, ik wil met jou. Veel gezelliger.” √ Check.

En zo reden we -volledig in het maagdelijk (ha!) wit gestoken- op een zonnige namiddag in juli in m’n destijds al even hip & happening Smart richting Amsterdam Arena, alwaar men amper twee uur later alvast zonder ons begonnen was. De lijers.


Inderdaad; beelden van 2003 ipv 2004 want betere Anthem en daarnaast dé inspiratie om het jaar daarop zélf eens naar Sensation te gaan. Hier die van 2004.


Zoals gezegd laat m’n geheugen me enigszins in de steek voor wat betreft het verdere verloop van de avond, al dan niet onder invloed van een pilletje (toen; niet nu).

Wél weet ik me nog te herinneren dat ik dat ik overweldigd was door de explosieve energie van 25.000 dansende mooimensen, de specta- culaire lichtenshow, dat ik met ie-der-een heb staan flirten, althans; met hen in het bezit van twee tieten en een vagijn zoals die twee dames uit Brabant en/of Friesland, en dat ‘t zomaar ineens de volgende morgen was.

Anyhoo. Kapotmoe maar tevree reden we uiteindelijk het ochtendgloren tegemoet, Muze soezend op ‘s mans schouder en deephouse op de radio (raar hoe willekeurig het brein werkt; dát soort dingen onthou ik dan weer wél).

Vanwaar deze overpeinzing, vraagt U?

Awel. Het was me allemaal al enigszins ontschoten tot ik afgelopen week een berichtje tegenkwam op de social media’s; Sensation stopt (spiegeltje). ID&T vindt het tijd voor wat anders want de formule wordt sleets. En geef hen ‘ns ongelijk: de ‘grote’ namen willen niet meer en die witte kleden-dracht hebben we nu ook wel gezien. Dus dàt was dat.

Zucht. Those were the days.

(Foto’s ervan heb ik nooit geplaatst. Opklikken en je weet waarom.)


Méér

Meneer Aart Ontmaskerd! It's all about the dum dum didudumdum

Begrijp me niet verkeerd; ik was al fan van Meneert Aart toen ie nog gewoon Stratemaker (zonder ‘n’) heette (“Straat” voor intimi), héél lang geleden. Niets dan repsect, je weet tog. Nog stééds.

Ook heb ik niks tegen hen die een zak-centje bijverdienen door zich te laten hoereren door één of andere dubieuze energiemaatschappij. Sterker nog; ik had waarschijnlijk hetzelfde gedaan wanneer men mij had gevraagd.

(Ha! Ha! That ‘ll be the day )

Nee, waar ik niet zo goed tegen kan zijn mensen die hun geloofwaardigheid verkwanselen zodra iemand hen met een zak geld om de oren slaat.

Zo ook Meneer Aart.

Het zit zo.

Lig ik van de week ff onderuit op de bank tv te kijken, zie ik een reclamespotje voorbij komen van voornoemde Eneco, met Meneer Aart in een duurzame hoofdrol, naast een hipster pinguïn, een schreeuwende stokstaart, enkele vergadermensen en een zeemeeuw.

Kortom; the usual suspects.

Ik denk nog; wat leuk voor die notoire mopperkont (over mopperkonten gesproken; wat is dat toch met die uitgerangeerde BN’ers die naar Friesland vluchten om er vervolgens te gaan mopperen dat men hen vergeten is?
Hm)
.

Anyhoo. Ik snap dat best; je bent de jongste niet meer, je vaste schnabbel is doorgeschoven naar één of ander themakanaal waar niemand meer naar kijkt en waarschijnlijk heb je zelfs nog wat salaris moeten inleveren ook. Dan is zo’n commercial natuurlijk een aangename aanvulling op je AOW-tje. Niet dan?

En toen herinnerde ik mij ineens een interview van een paar maanden geleden. Het heet Recht Van Spreken, het is van Omroep Max en de ondertitel luidt:

Prominente Nederlanders blikken met Elles de Bruin terug op hun leven en carrière. Over welke keuzes zijn ze tevreden en wat hadden ze liever anders gedaan?

Elles was voor de gelegenheid helemaal naar Het Hoge Noorden gereisd om Prominente Aart aan de prothese te voelen over o.a. ‘De Nieuwe Tijd’ en Ome Aart’s kijk daarop.

En wat hij daar zei zet zowel de geloofwaardigheid van de Eneco als ook die van Meneer Aart ineens in een héél ander perspectief. 
Enfin, oordeelt u zelf:

Olifanten bij Almere Aus der Reihe 'A6 Kunsdt'

#olifanfie | #kunstfie

“Er was in Nederland geen olifant te koop dus importeerde de dienst zelf een aantal olifanten uit Thailand. Deze werden een seizoen ingezet en dat liep op zich wel aardig. Toen er echter een barre Nederlandse winter volgde, bleken de olifanten daar niet tegen te kunnen. Ze zijn allemaal overleden.”bron | spiegeltje

Een beetje trouwe lezert weet dat ik me al jaren –volkomen onregel-matig– verplaats tussen moeder-schoot Heerenveen, Friesland en huidige woonplaats Oud-Beijerland, Sodom & Gomorra, want familiebanden.

Diezelfde trouwe lezert weet inmiddels ook dat ik me onderweg, tijdens die saaie ritjes, nog wel eens visueel wil verlust-igen aan met name Flevoland’s Kunst In De Openbare Ruimte.

(Gewoon. Omdat het kan)

Toegegeven, de laatste keer ligt alweer zeven jaar enige tijd achter ons, maar ‘t is de gedachte die telt en daarbij vergat ik het steeds.

Anyhoo.

Gister, ter hoogte van de Ketelbrug zag ik ‘m weer staan, Het Ketelhuisje waar het allemaal mee begon en ineens herinner-de ik me de Olifanten. En, hoewel het best wel laat de op de middag was en de zon besloot dat het een dag was, bedacht ik me dat ik de draad maar weer eens op moest pakken.
Olifanten, here I come!

Dat van die zon werd nog een dingetje want waar Bram me al voor waarschuwde geschiedde; een enorme file in de buurt van Hajé.

Oei; dertien minuten vertraging, en dat terwijl nog een stukkie verder moest. Het huilen stond me nader tot de broek.

En zo tikte de klok tergend langzaam voort alsook de file waarin ik me begaf.

Achteraf bezien viel mijn kleine leed in het niets in vergelijk met datgene wat mijn file veroorzaakte; een best wel heftig ongeval [spiegeltje] waar één of meerdere auto’s mee gemoeid waren. Ik beneed hen niet. Om van de nood een deugd te maken besloot ik echter één en ander vast te leggen opdat dit stukje ook nog enige geloofwaar-digheid behield (zie onder). 
Terug naar de olifanten.

Daar valt vrij weinig over te vertellen behalve dan dat het niet de mooiste snelwegkunst is die ik ooit heb gezien, vooral niet van dichtbij, en dat de kunstenaar in eerste instantie een ander object wilde plaatsen met de naam Auto In Vangrail maar dat Rijkswaterstaat zich daar niet in kon vinden. Zó gek.

Enfin. Het kunstwerk bestaat uit vijf olifanten, is gemaakt door ene Tom Claassen, heeft verder geen diepere betekenis, is een keer verbrand, tweemaal ondergespoten ondanks een anti-graffitilaag en het beton moet een slurf en slagtanden ontberen.

Volgende keer: Het Polderhuis of Antony Gormley‘s Exposure Poepende Man, daar ben ik nog niet uit. Doei.

[klik hier voor olifanten]

Méér