‘Aan de heer Bril’ Dood Van Een Idool

En ineens was hij dood: de enige Bekende Nederlander, ooit aangeschreven door ondergetekende.

Ik schrok ervan. Dat was mijn eerste gedachte.

De tweede die me te binnen schoot, was: “Zou hij ‘t nog gelezen hebben? En zo ja, in wat voor toestand?” Om met de woorden van een bekende clown te spreken: dàt bekeek ik even aan de binnenkant van mijn ogen:

Een huiskamer ergens in de grachtengordel. Het meubilair heeft plaats moeten maken voor een industrieel ziekenhuisbed, dichtbij het raam in de voorkamer. Want de patiënt mijmert graag over passanten en de denkbeeldige zaken die hen bezig houden. Zo nu en dan een notitie die, achteraf bezien, het memoblok nooit meer zullen verlaten.
 
Een waterig maar comfortabel zonnetje beschijnt de man die het bed bezet. Mager, met een ingevallen gezicht. Grijs haar, door de war. Al een paar dagen ongeschoren maar dat bomt niks want hij mag dat, in zijn toestand. Liggend in bed aan een dubbel infuus (“twee zakken“); duidelijke sporen van een zware chemo tekenen zijn gezicht.
 
Dat is echter niet wat hem bezig houdt. Terwijl zijn dochters zich giebelend aan de eettafel een weg banen door de laatste roddels en mevrouw Bril nog even doorrommelt in de keuken neemt hij de dagelijkse post door; een brief van zijn uitgever, een vraag van de redactie van de VK waar zijn column blijft, enige onbeduidende faxen en nog wat dubieuze (fan-)mail.
 
“Iemel? Iemel.net? Hoe spreek je dat uit? Oh.. ‘t is een Fries. Èèmel. Ach, wat leuk; hij heeft Bontebok gevonden. Ach ja.. Bontebok. ‘t Lijkt alweer eeuwen geleden. (Dat was goed, toen. Vredig. Rust.) Beetje melig, die Iemel. Of aangeschoten of niet geheel alles op een rijtje. Haha. Ach. ‘t Is een leuk mailtje. Ik zal ‘m morgen beantwoorden. Wel zo aardig.”  Het antwoord blijft echter achterwege.

Zoiets stel ik me daarbij voor.

Die Martin. Hij is niet meer. Moge Hij Rusten In Vrede.

Wiki. Necrologie. Blogs. Nu.nl


 

van: eamel

aan: ******@martinbril.nl
datum: 31 maart 2009 00:38
onderwerp: Aan de heer Bril
verzonden door: ********

Aan de heer Bril. Beetje formeel misschien maar ondanks dat uw website vrijpostigheid in tutoyeren toelaat (http://www.martinbril.nl/) heb ik toch het lef niet. Normaal wel maar nu even niet.

Genietend van een Islay-whisky van ‘t fijnste soort ben ik wel zo vrij om een mail aan u te richten. Geen concreet idee waarom. In eerste instantie was een mailadres moeilijk te achterhalen vanwege het ontbreken ervan op uw site echter gaf de browserfunctie ‘bron weergeven’ al gauw geheimen prijs. Het is niet mijn gewoonte schrijvers te mailen. Sterker nog; mailen in het algemeen is niet mijn sterkste punt. Wel eens overwogen uw collega’s aan te schrijven, zoals hij van Giph, maar achteraf bleek de annuleerfunctie eenvoudiger te bedienen dan zijn equivalent, de submit.

Enfin; ik ben niet literair begaafd, dat vooropgesteld, en dus kan dat de reden van deze aanschrijving niet zijn. Ik denk dat een combi van factoren hieraan ten grondslag ligt; het feit dat ik aan ‘t zapsurfen was op uw site en ‘t ‘noflike‘ stukje tegenkwam inzake de Boom van Bontebok. Een feest van herkenning gezien mijn achterland, Heerenveen. Ik, Frysk-om-utens en geboren/getogen Heerenveener, werd hierdoor plots een dertig jaar teruggeworpen in de tijd en spontaan overvallen door een warm gevoel van ‘Ach ja.. Bontebok. Daar waar ik als kind door de bossen van Oranjewoud zwierf…‘ Een soort jugend (h)erlebnis.

Maar ook uw meest recente verschijning in DWDD alwaar ik een fysiek andere Martin Bril meende tegen te komen dan zeg, een jaar daarvoor. Een magere man, zichtbaar vermoeid, maar met een ontembare vechtlust. Althans, die indruk had ik. Onwetend wat hieraan ten grondslag lag (zolang ben ik me nog niet bewust van de aanwezigheid van http://www.martinbril.nl/ op ‘t net). En als laatste; ik bezat tot voor kort geen boeken van u. En dat ondanks mijn voorliefde v.w.b. nederlands-literaire-schrijvers-in-de-ikvorm. Echter, op een verloren zaterdag kwam ik in het bezit van één van uw pennenvruchten (bij Edel; uw boekhandel!); Vader en Dochters. Noem ‘t vreemd maar ik moest ‘t hebben. Vreemd vanwege het feit dat ik, een semisingle man, 43 jaar, niet tot hen-met-kinderen behoor ondanks (of dankzij) een pathetische kinderwens. Vader en Dochters; ik heb ervan genoten…

Hoedanook, heer Bril, voornoemde factoren opgeteld voelde ik me dus genoodzaakt u te mailen om u daarmee mijn respect te tonen. Respect (en enige beschaafde jaloezie) in de zin van;”Ik had graag het schrijverstalent van uw gehad.” maar ook het gemis aan (zulke) dochters in het algemeen en, last but certainly not least, uw trotse verschijning in DWDD deden mij in het toetsenbord kruipen. Ongetwijfeld zal deze mail een bron van hilariteit (kunnen) zijn op feestjes en partijen maar dan heb ik in ieder geval mijn zegje gedaan. Uiteraard eenmalig want in herhaling vallen is ook zo voorspelbaar.

Heer Bril, ik wens u sterkte, gezondheid en nog vele (al dan niet) literaire pennenvruchten toe.

Met vriendelijke groet (of ‘Groetnis‘ zoals wij, Friezen, plegen te oreren. Maar dat wist U al),

eamel
https://www.eamel.net

Update 4 mei 2014 – Geleend van hier.

 


UPDATE 2017:

Martinbril.nl is terug! Nah ja; soort van.

1
Sis it mar:

avatar
  Subscribe  
Abonneren op
trackback
Rokjesdag – eamel.net

[…] had mijn vriend goed in de gaten […]