Chim Chim Cher-ee wat rijmt op melanchol-ie...


Het moet op een ordinaire vrijdag geweest zijn, ik weet dat nog goed, want het was vorige week.

We kijken de film Saving Mr. Banks, ‘mijn lief’ 🤢 en ik, ondanks dat ik m’n twijfels heb als ik de plot lees; een Disney-film over het ontstaan van een DisneyfilmMwèh (Disney = zuuropwekkende moralisme).

Enfin. De film begint en gelijk gaat het mis; ik kén die intro! En ineens: BAM!


Ik ben een jochie van twaalf, dertien jaar. Ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Het is zondagochtend vroeg, iedereen slaapt nog. Ik zit als een mini-kleermakertje in mijn Schotse-ruit-pyjama wederom illegaal in Deit’s platenkast te grasduinen. Het duurt niet lang of mijn oog valt op een verzamel-LP van The New Christie MinstrelsThe Greatest Hits. Helemaal ontroerd van (kinder)liedje ‘Chim Chim Cher-ee’ wegens vermeend melancholische majeur (geen idee hoe zoiets heet) en maar ook het, daarentegen übervrolijke ‘Green Green‘, met Barry –Eve Of Destruction– McGuire’s onmiskenbare bouwvakkersstem.


Terug naar de film. Of het nou kwam door voornoemde herinnering, de roerige tijd waarin ik leef, het intro-gedichtje -voorgelezen door Colin Farrell‘s zoetgevooisde timbre-, het breekbare achterliggende pianowerkje, de sfeer van de beelden an sich, de gevolgen van mijn chronische vermoeidheid of juist àlles bij elkaar -geen idéé- maar op dat moment schiet ik he-le-maal vol. 😭

Niet van verdriet, welnee, maar wél van een gezonde dosis weemoed ende melancholie. Nét als toen ik de melodie voor het eerst hoorde, binnen de veilige kaders van mijn jeugd (maar dat wist ik toen nog niet).

Hoe het ook zij; dat ik er veertig dertig jaar later achter moet komen dat mijn oh, zo geliefde ‘Chim Chim Cher-ee’ uit het brein van Mary Poppins’ auteur Helen Lyndon Goff P.L. Travers ontsproten is en niets heeft van doen met The New Christie Minstrels, beschouw ik dan maar als een smetje op een verder memorabele herinnering.

Of ik geef gewoon Walt Disney de schuld. Ik had toch al een hekel aan ‘m.


Méér

Op een doordeweekse dinsdag Want hoogwater in Oud-Beijerland

Hoewel het Spui de dans een beetje leek te ontspringen wegens heul veel gemalen in de buurt, hoogwater schijnt nogal een dingetje te zijn de laatste tijd, ontkwam ook zij er niet meer aan, bleek uit empirisch onderzoek.

Niet dat we er naar óp zoek waren, ik bedoel: ik lig niet wakker van een overstrominkje hier of daar zolang m’n laminaat maar niet wegdrijft, maar feit blijft dat we aangenaam verrast waren door dit gegeven tijdens een spontane hondenwandeling want zoiets levert altijd leuke plaatjes op.

Nou is de term ‘hoogwater’ wellicht ietwat hooggegrepen voor die overmaatse waterplassen -zeker voor ZeeuwseinfoDe watersnood van 1953, meestal aangeduid als de watersnoodramp en aanvankelijk ook wel als Sint-Ignatiusvloed of Beatrixvloed, voltrok zich in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953. De ramp werd veroorzaakt door een stormvloed in combinatie met springtij, waarbij het water in de trechtervormige zuidelijke Noordzee tot extreme hoogte steeg. begrippen- maar dat ‘t over de kade kabbelt, dàt is hier al even geleden.

Enfin.

Heb je één zo’n overstrominkje gezien, heb je ze allemaal gezien, en dus vervolgden mevrouw en ik ons weg. Onderwijl nog wel wat fotootjes schietend van een boot, een jachthaven en enkele gevels zodat ik op dat vermaledijde Instagram ook nog ‘ns wat te vertellen heb.

Om één en ander af te toppen tenslotte nog een filmpje gemaakt. Voor de geïnteresseerde; het water vooraan hoort daar niet te zijn; dat is kade. Toeristenbankjes staan over het algemeen bij ons niet in het water. Goed.

Wederom zo spectaculair als een pakje boter, dit berichtje, maar IK heb ‘t naar mijn zin gehad, evenals mevrouw en de hondjes helemaal. Nu weer over tot de orde van de dag.

Oant sjen!


[referentiekader klik hier; zo hòòrt het te zijn]

Méér

Bevallig behang Alles voor De Eierbal

Werkelijk geen idee hoe meneer De Snackbar mijn foto gevonden heeft, ik vermoed via de LC -ik heb ‘t ‘m verder niet gevraagd-, maar feit blijft dat ik onlangs op ‘s mans verzoek benaderd ben met de vraag of ik bereid zou zijn voornoemd beeldwerkje af te staan opdat men er een toepasselijk kamerbreed behangetje van mocht maken.

‘Toepasselijk’ omdat de vreetschuur (voorheen een ietwat trieste fietsenwinkel) om onduidelijke redenen vernoemd is naar de enige hoogbouw die Heerenveen telt (“Snackbar De Munt”) terwijl deze flats in geen velden of wegen zijn te bekennen zijn vanaf hunnie locatie. Nah ja, met een beetje fantasie, wellicht.

Anyhoe. Na veel vijven en zessen, de tussenpersoon bleek van het type ‘ons bin zunig’ en ikzelf wil altijd de hoofdprijs voor ‘mijn werk’ (dit is overigens de eerste keer maar jezelf hoereren voor een grijpstuiver kan altijd nog), kwamen we een prijs overeen.

Op het scherpst van de snede heb ik nog wel even keihard onderhandeld over een eventuele Eierballen Clausule, ik heb namelijk een eierballen-fetisj en had graag gezien dat deze delicatesse lokaal naar mij vernoemd zou worden maar helaas; dit viel niet door de accountant te verantwoorden. Zei men.

Beetje flauw maar ‘t is niet anders.

Nadat ik tenslotte één en ander nog even met mijn Feestboekse achterban heb overlegd, dit soort belangrijke zaken moet je niet te overhaast maar vooral niet in je eentje beslissen, zijn we tot de conclusie gekomen dat deze geste eigenlijk best wel z’n doorgang kon vinden. Hoezee!

Goed. Annie Leibovitz in Le Hermitage, Robert Mapplethorpe in het Guggenheim, Paul Huf in het Stedelijk en Uw Eamel in een Snackbar.
Ik zeg; wereldheerschappij begint hier!  Méér