‘Exposure’ aka Poepende Man Aus der Reihe 'A6 Kunsdt'

 

A6 Kunsdt! | A6 Art! #poependeman #exposure #lelystad #art #kunst

Een bericht gedeeld door eamel net – (@eamel) op

Duurde het de vorige keer nog vijf jaar voordat ik U attendeerde op alwéér een kunstzinnig artefact langs de A6, ditmaal heb ik mezelf bereid gevonden om dat al na minder dan een maand te doen want toevallig in de buurt.

We hebben het hier over Antony Gormley‘s Exposure, in de Lelystadse volksmond Poepende Man genoemd, ongetwijfeld vanwege zijn nogal ‘ontlastende’ houding.

Voor de liefhebbers: het 26 meter hoge beeld weegt zo’n 60 ton en bestaat uit 5.468 stalen balken, die met 14.284 bouten aan elkaar zijn gezet. 

Deze ijzeren meneer bevindt zich overigens niet écht langs de A6. Sterker nog; hij zit in al z’n eenzaamheid z’n gevoeg te doen, heulemaal aan de andere kant van Lelystad, op een strekdam van de Houtribdijk, je weet wel; die dijk naar Enkhuizen.

Maar ik zeg maar zo; vanaf de maan ligt àlles op aarde dichtbij elkaar, dus ook een rijksweg en een veredelde elektriciteits mast. En dus voelde ik de noodzaak U ook even kond te doen van dit huzarenstukje van de hedendaagse kunst.

Goed.

Mocht u meer over deze hoop ijzer willen weten raad ik u aan hier even te klikken, alwaar Omroep Flevoland‘s Jord den Hollander U op geheel eigen wijze gewag maakt van de achtergronden van dit beeld.

Enfin. De intentie was om, net als de vorige keren, een en ander visueel vast te leggen, ‘opdat we nooit vergeten’, bla, bla.

Zoals u hier kunt zien, is dat wel aardig gelukt. Verder niet heel erg spectaculair, hoor. Vooral nabeeldjes van een hoop ijzer, een paar bouten en moeren en dan nog wat arty-fartyinfoInfoarty-farty (British informal) also artsy-fartsy. (American informal) - Something or someone that is arty-farty tries too hard to seem connected with serious art, and is silly or boring because of this. foto’s met zonlicht en zo. Dat vinden de mensen leuk.

Nee, het werd pas écht interessant toen ik in de verte een mannetje ontwaarde, dat opvallend naar de blauwe lucht stond te staren. 

Was het de zeldzame Ruigpootbuizerd (“Buteo lagopus”) wat z’n onverdeelde aandacht kreeg? Een vallende ster wellicht? Of slechts een “Houden we het droog vandaag?”

Niets van dat al: de beste man bleek in het bezit van zo’n nieuwerwetse drone, je weet wel; vroeger heette zoiets nog een quadcopter of iets in die strekking. En ineens ineens kreeg ik een epifanieinfoInfoEpifanie is een literaire term die voortgekomen is uit het religieuze begrip epifanie. De term is het equivalent van 'plotselinge, verwarrende openbaring'..

En aldus besloot ik de stoute broek aan te trekken en vroeg hem of hij bereid zou zijn ‘onze’ poepende man van boven te filmen, want artistiek.

Arjan, zoals mijn nieuwbakken vriend zich voorstelde, vond dat in ‘t geheel geen probleem, echter wees hij mij erop dat een scherm ontbrak op z’n remote en het afwachten was wat voor beelden dat zou opsmijten. 

Diezelfde dag kreeg ik ze al in de mail en ik moet zeggen; het viel me in het geheel niet tegen. Omdat ‘gewoon’ ook maar gewoon is, besloot ik er een videoclipje van te brouwen, et voila.

Volgende keer Het Polderhuisje? Sea Level wellicht? De tijd zal het leren.

Het filmpje:

Méér

En dàt was Sensation White Opa spreekt.

Dertien jaar geleden, toen ik nog dacht Hip & Happening te zijn, voltrokken zich de laatste stuiptrekkingen van mijn jeugd.

Om eerlijk te zijn weet ik er niet veel meer van.

Behalve dan dat mijn destijds Kleine Muze -die in haar zestiende jaar op spectaculaire wijze mijn leven binnen denderde, dat vervolgens zo’n vijftien jaar op z’n kop zette, om rond haar zeven- en twintigste weer stilletjes te verdwijnen wegens futiliteiten zoals volwassenheid en iets met ‘op eigen benen staan’- erop stond dat we er ook eens naar toe moesten; het dansfeestje van Sensation White.

Mijn Muze toen het nog een Muze was

“Wil je niet met één van je vele vriendjes daar naar toe? Da’s toch veel leuker dan met zo’n ouwe lul?” “Nee, ik wil met jou. Veel gezelliger.” √ Check.

En zo reden we -volledig in het maagdelijk (ha!) wit gestoken- op een zonnige namiddag in juli in m’n destijds al even hip & happening Smart richting Amsterdam Arena, alwaar men amper twee uur later alvast zonder ons begonnen was. De lijers.


Inderdaad; beelden van 2003 ipv 2004 want betere Anthem en daarnaast dé inspiratie om het jaar daarop zélf eens naar Sensation te gaan. Hier die van 2004.


Zoals gezegd laat m’n geheugen me enigszins in de steek voor wat betreft het verdere verloop van de avond, al dan niet onder invloed van een pilletje (toen; niet nu).

Wél weet ik me nog te herinneren dat ik dat ik overweldigd was door de explosieve energie van 25.000 dansende mooimensen, de specta- culaire lichtenshow, dat ik met ie-der-een heb staan flirten, althans; met hen in het bezit van twee tieten en een vagijn zoals die twee dames uit Brabant en/of Friesland, en dat ‘t zomaar ineens de volgende morgen was.

Anyhoo. Kapotmoe maar tevree reden we uiteindelijk het ochtendgloren tegemoet, Muze soezend op ‘s mans schouder en deephouse op de radio (raar hoe willekeurig het brein werkt; dát soort dingen onthou ik dan weer wél).

Vanwaar deze overpeinzing, vraagt U?

Awel. Het was me allemaal al enigszins ontschoten tot ik afgelopen week een berichtje tegenkwam op de social media’s; Sensation stopt (spiegeltje). ID&T vindt het tijd voor wat anders want de formule wordt sleets. En geef hen ‘ns ongelijk: de ‘grote’ namen willen niet meer en die witte kleden-dracht hebben we nu ook wel gezien. Dus dàt was dat.

Zucht. Those were the days.

(Foto’s ervan heb ik nooit geplaatst. Opklikken en je weet waarom.)


Méér

Meneer Aart Ontmaskerd! It's all about the dum dum didudumdum

Begrijp me niet verkeerd; ik was al fan van Meneert Aart toen ie nog gewoon Stratemaker (zonder ‘n’) heette (“Straat” voor intimi), héél lang geleden. Niets dan repsect, je weet tog. Nog stééds.

Ook heb ik niks tegen hen die een zak-centje bijverdienen door zich te laten hoereren door één of andere dubieuze energiemaatschappij. Sterker nog; ik had waarschijnlijk hetzelfde gedaan wanneer men mij had gevraagd.

(Ha! Ha! That ‘ll be the day )

Nee, waar ik niet zo goed tegen kan zijn mensen die hun geloofwaardigheid verkwanselen zodra iemand hen met een zak geld om de oren slaat.

Zo ook Meneer Aart.

Het zit zo.

Lig ik van de week ff onderuit op de bank tv te kijken, zie ik een reclamespotje voorbij komen van voornoemde Eneco, met Meneer Aart in een duurzame hoofdrol, naast een hipster pinguïn, een schreeuwende stokstaart, enkele vergadermensen en een zeemeeuw.

Kortom; the usual suspects.

Ik denk nog; wat leuk voor die notoire mopperkont (over mopperkonten gesproken; wat is dat toch met die uitgerangeerde BN’ers die naar Friesland vluchten om er vervolgens te gaan mopperen dat men hen vergeten is?
Hm)
.

Anyhoo. Ik snap dat best; je bent de jongste niet meer, je vaste schnabbel is doorgeschoven naar één of ander themakanaal waar niemand meer naar kijkt en waarschijnlijk heb je zelfs nog wat salaris moeten inleveren ook. Dan is zo’n commercial natuurlijk een aangename aanvulling op je AOW-tje. Niet dan?

En toen herinnerde ik mij ineens een interview van een paar maanden geleden. Het heet Recht Van Spreken, het is van Omroep Max en de ondertitel luidt:

Prominente Nederlanders blikken met Elles de Bruin terug op hun leven en carrière. Over welke keuzes zijn ze tevreden en wat hadden ze liever anders gedaan?

Elles was voor de gelegenheid helemaal naar Het Hoge Noorden gereisd om Prominente Aart aan de prothese te voelen over o.a. ‘De Nieuwe Tijd’ en Ome Aart’s kijk daarop.

En wat hij daar zei zet zowel de geloofwaardigheid van de Eneco als ook die van Meneer Aart ineens in een héél ander perspectief. 
Enfin, oordeelt u zelf:

Olifanten bij Almere Aus der Reihe 'A6 Kunsdt'

#olifanfie | #kunstfie

“Er was in Nederland geen olifant te koop dus importeerde de dienst zelf een aantal olifanten uit Thailand. Deze werden een seizoen ingezet en dat liep op zich wel aardig. Toen er echter een barre Nederlandse winter volgde, bleken de olifanten daar niet tegen te kunnen. Ze zijn allemaal overleden.”bron | spiegeltje

Een beetje trouwe lezert weet dat ik me al jaren –volkomen onregelmatig– verplaats tussen moeder-schoot Heerenveen, Friesland en huidige woonplaats Oud-Beijerland, Sodom & Gomorra, want familiebanden.

Diezelfde trouwe lezert weet inmiddels ook dat ik me onderweg, tijdens die saaie ritjes, nog wel eens visueel wil verlust-igen aan met name Flevoland’s Kunst In De Openbare Ruimte.

(Gewoon. Omdat het kan)

Toegegeven, de laatste keer ligt alweer vijf jaar enige tijd achter ons, maar ‘t is de gedachte die telt en daarbij vergat ik het steeds.

Anyhoo.

Gister, ter hoogte van de Ketelbrug zag ik ‘m weer staan, Het Ketelhuisje waar het allemaal mee begon en ineens herinner-de ik me de Olifanten. En, hoewel het best wel laat de op de middag was en de zon besloot dat het een dag was, bedacht ik me dat ik de draad maar weer eens op moest pakken.
Olifanten, here I come!

Dat van die zon werd nog een dingetje want waar Bram me al voor waarschuwde geschiedde; een enorme file in de buurt van Hajé.

Oei; dertien minuten vertraging, en dat terwijl nog een stukkie verder moest. Het huilen stond me nader tot de broek.

En zo tikte de klok tergend langzaam voort alsook de file waarin ik me begaf.

Achteraf bezien viel mijn kleine leed in het niets in vergelijk met datgene wat mijn file veroorzaakte; een best wel heftig ongeval [spiegeltje] waar één of meerdere auto’s mee gemoeid waren. Ik beneed hen niet. Om van de nood een deugd te maken besloot ik echter één en ander vast te leggen opdat dit stukje ook nog enige geloofwaar-digheid behield (zie onder). 
Terug naar de olifanten.

Daar valt vrij weinig over te vertellen behalve dan dat het niet de mooiste snelwegkunst is die ik ooit heb gezien, vooral niet van dichtbij, en dat de kunstenaar in eerste instantie een ander object wilde plaatsen met de naam Auto In Vangrail maar dat Rijkswaterstaat zich daar niet in kon vinden. Zó gek.

Enfin. Het kunstwerk bestaat uit vijf olifanten, is gemaakt door ene Tom Claassen, heeft verder geen diepere betekenis, is een keer verbrand, tweemaal ondergespoten ondanks een anti-graffitilaag en het beton moet een slurf en slagtanden ontberen.

Volgende keer: Het Polderhuis of Antony Gormley‘s Exposure Poepende Man, daar ben ik nog niet uit. Doei.

[klik hier voor olifanten]

Méér