Hekje twee; hoerentoeter #klussemeidurk


ÉÉN.

Ik was ‘m helemaal zat, die heg.

Die stond er maar groot en vormloos te zijn en maakte -al dan niet bewust- mijn postzegeltuintje tot één grote hagenbeuk beukenhaag

Daarbij opgeteld zag ik door de heg de hondjes niet meer en dus restte mij als lord of the mansion maar één laatste redmiddel; de bijl erin (in de heg, niet in de hondjes).

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan want de wortel ervan reikte zowat tot aan China maar gelukkig kreeg ik hulp van Ome Willem en toen was het in een poep en een scheet gedaan; wèg heg.

Vervolgens een overdaad aan graszaad op de kalende plek, beetje koeienmest en een beetje water en nu maar afwachten.

Anyhoo.


TWÉÉ.

Het doet pijn om toe te geven maar dat andere hekje was inderdaad spoeglelijk. En dus besloot ik er nieuwe hagenbeukjes beukenhaagjes tegen aan te plakken opdat dit huis een beetje de/het cachet van eertijds krijgt.

Want bij oude huizen horen oude hagenbeukjes beukenhaagjes en niet van die lelijke Buxussen en zo. Je weet tog.

Zo gezegd, zo gedaan. 

Hagenbeukjes beukenhaagjes: check.


DRIÉ.

Bleef de kwestie van de weglopende hondjes als mevrouw en ik weer eens op de buitenbank plaatsnamen om de laatste zonnestralen van de dag mee te pikken; er moest een afsluitend tuinhekje in.

Gietijzer? Mooi want klassiek maar -helaas- hekjes op Marktplaats pasten niet, waren veels te duur of werden in Lutjebroek aangeboden en dus moest ik, tegen beter weten in, er dan zelf maar één maken. Van hout, uiteraard.

Ik had nog een schuttingpaal liggen, wat verf en scharniertjes en na wat passen en meten was -ie klaar; mijn hekje. Vervolgens wat palen de grond in, beetje cement erbij voor de stabiliteit en het was toen dat ik erachter kwam dat ‘t hekje zo scheef was als een hoerentoeter.

Maar omdat ik er geen zin meer in had zou ‘t me werkelijk aan de anus oxideren wat een ander ervan vond, en dus besloot ik ter plekke dat het goed was. Kortom; hekje klaar.


VIÉR.

Helaas was ik vergeten het hoogteverschil van de tuin in mijn berekeningen mee te nemen met als resultaat dat mijn hekje niet open of dicht kon. Kut. Déjà vu werd mijn deel. 

Omdat ik geen stratenmakende connecties heb werd ik gedwongen mezelf dat in één dag bij te brengen. En verdomd; zes drie uur en heel veel aan beloofde spierpijn later lag daar een nieuw -waterpas- (!) padje en kon m’n hekje open. Hoera!

Scheef als een hoerentoeter. Maar als je je ogen dichtknijpt tot een spleetje zie je daar op een afstandje niks van. Sort of.

Méér

Nijsgjirrich nei 15 heech Sjoerd de Vries: "Dat is myn gerdyn"

sjoerd-huuske800

Al sinds Broer er tegenover kwam te wonen, inmiddels meer dan twintig jaar geleden, intrigeert het me mateloos; het keukenkastdeurtje van de overbuurman dat altijd open staat.

Sterker nog; irritatie is misschien meer op z’n plek. ‘Doe dat kastje nou eens dicht!’ wil ik roepen naar de bewoner als ik weer eens op Broer‘s balkon sta te contempleren. Maar er is geen bewoner. Het huis staat altijd leeg.
Zo lijkt het.

Enfin.

Ik wist al vrij snel dat ‘t huis niet gebruikt werd zoals oorspronkelijk de bedoeling was; het is nl. Sjoerd de Vries’ atelier.

Voor wie ‘m niet kent; Sjoerd is van 1941 en daarnaast een bijzonder getalenteerde schilder, beeldend kunstenaar en graficus en geboren en getogen in Oudehaske, een dorpje dicht tegen Heerenveen. +

Dat alles wist ik niet. Wat ik wél wist was dat Sjoerd een merkwaardig mannetje leek, elke oudere Heerenvener weet waar ik ‘t over heb als je ‘m weer eens op z’n vouwfietsje over straat ziet karren, in z’n lange jas en op z’n hoofd die onmiskenbare, zwart vilten hoed.

Het kan zijn dat ik iets bevooroordeeld was; mijn oudste broer Tsjeard, Rust In Vrede, had nog wel eens een aanvaring met Sjoerd, als men elkaar tegenkwam in de stationsrestauratie, al dan niet in een benevelde toestand.

Hoe het ook zij; ik dacht er het mijne van, van Sjoerd en dat eigenaardige, ietwat scheve keukenkastdeurtje, wat altijd open staat.

Al sûnt Broer der tsjin oer kaam te wenjen, ûnderwilens mear as tweintich jier lyn, yntrigearet it my geweldich; it keukenkastdoarke fan de oerbuorman dat altyd iepen stiet.

Sterker noch; argewaasje is miskien mear op syn plak. ‘Doch dat kastje no ris ticht!’ wol ik nei de bewenner roppe as ik wer ris op Broer’s balkon stean te kontemplearjen. Mar der is gjin bewenner. It hûs stiet altyd leech. Sa liket it.

No ja.

Ik hie al ridlik gau troch dat ‘t hûs net brûkt waard, sa ‘t eartiids de bedoeling wie; it is nl. Sjoerd de Vries’ atelier.

Foar wa m net kin; Sjoerd is fan 1941 en dêrneist in bysûnder talintearre byldzjend keunstner, skilder, grafikus en hikke en tein yn Aldehaske, in doarpke tichte by It Hearrenfean+

Dat alles wist ik net. Wat ik wol wist wie dat Sjoerd in nuver mantsje like, alle âldere Feansters wit wêr t ik oer ha, ast ‘m wer ris op syn optearfytske oer strjitte karjen sjoschst, yn syn lange swarte jas en op ‘ e holle dy ‘ t ûnmiskenbere swart filten houd.

It kin wêze dat ik wat befoaroardield wie; myn âldste broer Tsjeard, Rêst Yn Frede, hie noch wol ris in oanfarring mei Sjoerd, as men inoar tsjinkaam yn de stationsrestauraasje, al dan net yn in beskonken tastân.

Hoe ‘ t ek wêze mei; ik fûn der wat fan, fan Sjoerd en dat nuvere, wat skeane keukenkastdoarke, wat altyd iepen stiet.


Méér

Kraanvogel Dan liever de lucht in

stebru150Als kind was ik al gefascineerd door kranen. En dan met name van die lange smalle modderfokkers waarvan je je altijd afvroeg hoe ze in godsnaam overeind bleven staan (nah ja; meestal).

Enfin. Met die fascinatie heb ik verder niks gedaan want dat soort kranen liggen niet voor het oprapen en twee; wat moet je ermee? Precies.

Tot afgelopen week. Ik lig wat te loungen in de tuin, valt mijn blik op zo’n hoogwerker, daarachter de Zinkweg (spiegeltje).

Ik had nog een paar stoute schoenen liggen en dus besloten we gezamenlijk maar eens -gewapend met een camera en een bouwhelm- een bezoekje te brengen aan voornoemde bouwplaats onder het mom van ‘niet-geschoten-altijd-mis‘.

Toegegeven; ik was enigszins nerveus maar vooral sceptisch want waarom zou je als bouwopzichter een willekeurige particulier toegang geven tot een kraan en daarmee je aansprakelijkheid op het spel zetten?

Daarnaast was de kraan gehuurd en heb je met een tweede verantwoordelijke te maken, de kraanmachinist, die z’n speelgoed met z’n leven beschermt. Kraanmachinisten zijn beesten wat dat aangaat.

Ik; “Goeiedag.”
Opzichter: “Heuj.”
Ik: “Mag ik op de kraan? Ik wil graag foto’s maken.”
Opzichter: “Ja hoor. Nu?”
Ik: “Nou, graag.”
Opzichter: “Kom.”

De kraanmachinist was misschien nog wel gemakkelijker als voornoemd opzichter en zei tegen mij; “Ga maar in dat bakkie staan.”, wijzend naar een liftje onderaan de kraan in kwestie.

Het bibberbakje.

Dat bakkie

Dit ging allemaal veul sneller dan datgene waar mijn fysiek op gerekend had en dus stond ik bibberend als een rietje in een gevoelsmatig veel te klein liftje en *oopsy daisy*; daar ging ik, naar boven.

Eenmaal daar vergat ik echter al snel dat ik onderaan een grote smalle paal hing die gevaarlijk heen en weer zwieperde en ik begon foto’s te schieten als een jekko.

Foto’s van mijn huis, van de bouwplaats, van de kraan, de omgeving en nog een paar panoramafoto’s en een #kraanfie.

 

#kraanfie #nieuwrustburg #oudbeijerland

Een foto die is geplaatst door eamel net – (@eamel) op

Die pano’s  zien er beetje uit als het product van een Parkinson patiënt maar dat komt omdat ik weer begon te bibberen het waaide.

Helaas bleek ik in al mijn enthousiasme de noodrem ingedrukt te hebben met mijn rucksack en vatte de kraanmachinist dat op als een ‘Help! Ik wil naar beneden!‘ en ineens stond ik aan de onderkant van boven.

Kak.

Ik was nog niet klaar.

Zoals ik ergens al aangaf hebben de brutalen de halve wereld en dus belde ik diezelfde dag nog met opzichter S. of het misschien toch ergens nog mogelijk was dat ik mijn missie afmaakte; ik moest tenslotte nog meer pano‘s hebben van het Spui en het ‘oude dorp‘.

“Geen probleem.” was z’n antwoord en nog geen dag later stond ik alweer in ‘mijn’ bakkie bibberend vanaf grote hoogte panoramafoto’s te schieten.

Eenmaal beneden zei opzichter S.; “Voor wat hoort wat.” en spraken we af dat ik nog wat plaatjes zou schieten van de bouwplaats, opdat hij kon pronken met z’n projectje op Facebook.

En zo, zo was iedereen blij; ik mijn vervulde jeugddroom, hij z’n vastgelegde bouwwerkjes
De wereld is mooi. Soms.

CLICKPIK 1_800 Méér

Sexman Is Coming Naar Je Toe, Deze Zomer!

SEXMANISCOMING

SEXMANNNToegegeven, het was mijn mevrouw als eerste opgevallen, onderweg, tijdens één van haar dagelijkse hondenuitlaat-rondjes.

Overal en volstrekt willekeurig roze plaatjes met een zwart randje en idem tekst die niks én àlles tot de verbeelding overlaten;

SEXMANISCOMING300

Mevrouw kon niet aangeven of het nu het opvallende roze was of het woord SEX wat haar intrigeerde, feit was wel dat ik enige tijd geleden ineens de eerste binnenkreeg op m’n Telegram.

Logischerwijze ga je je als onnozele hals dan een aantal dingen afvragen;

  • Wie is SEXMAN?
  • Wat doet een SEXMAN?
  • Waarom kondigt hij z’n komst aan?
  • En waarom zò?
  • Waarom in roze?
  • Waarom in ons deurp?
  • Waarom?

– Over het WIE kunnen we kort zijn; SEXMAN wil niet dat je weet wie SEXMAN is. Anders had ie er wel een fotootje bijgedaan. Of z’n echte naam;

HENKIE

Daarnaast; als je jezelf wil omringen met mysterie, zoals Banksy dat zo meesterlijk doet, dan geef je natuurlijk niet als eerste je identiteit prijs. Want dat zou stom zijn.

– Over WAT een SEXMAN doet kunnen we kort zijn; die SEKST. Althans; dat lijkt me nogal voor de hand liggen. Hij zal geen vogelhuisjes bouwen voor z’n hobby. Of een trui breien voor het lokale verzorgingshuis.

Nee, een SEXMAN doet aan s*e*k*s en veel ook. Daar ga ik vanuit anders had je jezelf ook FRIGIDEMAN kunnen noemen. 

– Het WAAROM laat zich het best verklaren aan de hand van een aloud Neerland‘s Gezegde; ‘het bezit van de saeck is het einde van het vermaeck‘.

Een mysterie creëren doe je natuurlijk niet door gelijk op de eerste dag je piemel uit je broek te laten hangen in de lokale parkeergarage. Dat schrééuwt namelijk om My-ste-rie! 

Ik bedoel; de komst van Jezus is al nét zo mysterieus want niemand weet wannéér dat is want dat stààt nergens en toch worden we al eeuwen met dit feit om de oren geslagen.

(En dan laat ik nog in het midden of de beste man überhaupt bestaat maar da’s een andere discussie)

– Het WAAROM ZO? valt gemakkelijk te beantwoorden; waarom niet? Een advertentie in een dode boom krant is een idee maar wie leest dat nog? Een kaartje bij de Appie is ook mogelijk maar als je daar maar één filiaal van hebt in je deurp ben je al gauw klaar, natuurlijk.

Daarnaast; wat intrigeert er meer dan van die goedkope, roze printjes op een openbare meterkast? Ik bedoel; kijk naar dit stukje. Die exposure had je anders niet gehad. Clever, SEXMAN!

Waarom roze? Wel; SEXMAN is gay. Hoe obvious is dat? Ik bedoel; alleen Gaastra-dragende kakkers, roze webloks en homosuele medemensen hebben een voorkeur voor die kleur. Niks mis mee, hoor; ieder z’n ding. Maar toch. Gay.

Senor-Chang– Het Waarom In Ons Deurp laat zich minder makkelijk beantwoorden. SEXMAN kàn hier wonen maar dat zou betekenen dat ie z’n eigen nest bevuild. Zou ik niet doen als ik een SEXMAN was*. 

*Wat ik niet ben. Ik doe niet aan seks.

Een andere optie is klein beginnen. Rome is tenslotte ook niet in één dag gebouwd. 

Of toch vanwege het hoog-religieuze gehalte van dit dorp? Provoceren is namelijk Het Nieuwe Zwart Roze. Na ons de zondvloed.

Kortom; wat weten we nu?

Helemaal niks. Behalve dan dat SEXMAN hier komt. En hier. En daar. Of toch hier? Of… of… hier?

Vragen, vragen. 
#stom

(meer plaatjes onder dit plaatje ↓)

1

Méér