Tag Archives 2012

Ontdek je Middelburg

Op stap mei it frommeske

Troch Posted on 4 reaksjes 101 x besjoen

Gaan wij morgen naar Middelburg?' vraagt ze. "Oké." zeg ik. 

We liggen onderuitgezakt een film te kijken en haar boeit 't niet. Terwijl James Bond op het punt staat die Goddelijke Camille Montes uit te wonen legt mijn eigen blondgirl nog even uit wààrom; "Ik moet verf hebben."

Héél even vraag ik mij af wat Middelburgse verf ànders maakt dan die van de lokale Gamma maar ik word afgeleid door tule wat ongetwijfeld mevrouw Montes' naakte boezem herbergt. "Oké." zeg ik nog een keer.

En zo zijn we onderweg naar Middelburg. Om verf te halen ("Niet 'verf'; kàlkverf," zegt ze"Oh ja." mompel ik; "Kàlkverf."). Wat nu volgt is voor jou waarschijnlijk net zo spannend als een betoog over morele waarden van Kees van der Staaij tijdens een verkiezingsdebat maar één en ander dient vastgelegd te worden voor een fictief nageslacht. Zo gaat dat.

Vooropgesteld; Middelburg is mooi. Waar bijvoorbeeld in Amsterdam trapgeveltjes de boventoon voeren was men destijds in Middelburg al veel verder.

Had je als doorgewinterde Middelburger VOC'er zo'n Amsterdamse trapgevel, dan was je een sukkel. Lijstgevels daarentegen waren dé bom. Dat vonden de Moffen ook, voegden de daad bij het woord en knalden 20% van de Middelburgse binnenstad naar z'n gallemiezen. Een welstandscommissie bestond na de oorlog nog niet en dus zijn de lege plekken opgevuld met de meest afzichtelijke gebouwen.

Jammer.

Enfin.

De verf ("Kàlkverf") was al redelijk snel binnen en ons restte een wandeling door de stad.

Hoewel men zijn best heeft gedaan om een balans te vinden qua middenstand heeft ook hier de verloedering toegeslagen; de 'kleine', ambachtelijke winkelier kan de huur niet meer ophoesten en heeft er een hostile takeover plaatsgevonden door de Van Haren's, de Jack & Jones', de Miss Etam's, de Vero Moda's, de pizzeria's en de shoarmatenten van karakteristieke winkelstraten. Jammer in 't kwadraat.

↓ lees verder onder 't kaartje ↓

Om onze inmiddels zorgvuldig gecultiveerde blaren rust te gunnen maken we een rondvaart. Hoewel, 'rondvaart' is een groot woord voor een route die je twee keer bevaart in veertig minuten.

De aimabele, oudere stuurman jast geroutineerd zijn grapjes door de microfoon ("Kijk; dat huis heeft geen voordeur. Zij gaan naar binnen via die van de buren. Dan moet je geen ruzie krijgen! Ha, ha.") om zijn verhaal te vervolgen met een woonboot waar juist een voordeur teveel inzit.  

Het is voor mij de eerste rondvaart waar ik steeds moet bukken voor een te lage brug. De dame naast me neemt dat bukken erg serieus en vlijt zich voortdurend op de bodem van de boot.

Ik vermoed Groningers. Kàn niet anders.

Bij terugkomst besluiten we deze onderneming te beëindigen in 't hoogste puntje van de stad; de Lange Jan. We zijn de laatste bezoekers op een rare, tegen zichzelf pratende Vlaming na.

207 treden later blijkt Jan een tegenvaller; de bezoekersruimte is dichtgetimmerd dus geen wind door je haren, op de ramen zitten nieuwerwetse hangsloten en de rest is een ouwe teringmeuk. En de abdij zelf? Die is bezet door feuten. 'Studenten' en 'bezetten'. Figures.

Eenmaal beneden zoeken we een terras op; er zijn er genoeg.

Het wordt Cheerz. Cheerz blijkt ruk; futloze cola uit de tap en een waardeloze kaart. Als zelfs de sympathieke garςon ons aanraadt om vooral aan de overkant van het plein te gaan eten zijn we gauw vertrokken. 

Gelukkig biedt De Herberg meer perspectieven; Pintxos (spreek uit; pintsjoos). Of, zoals De Herberg aangeeft; de oer-tapas. Het kan mij niet oer genoeg zijn.

En dát was Middelburg. Een stad die zowel een Volkert van der Graaf als een Hans Laroes voortbracht… dat móet wel een bijzondere stad zijn.

Dirkjan! uit de vloei

↓