Dag Tsjeard †

 

30 april 1960 – 25 juni 2009 †

Ik hâld fân dij, do leave eigenwiize broer
Dasto dèr foar altiid kompjoeterje meiste
mei in flinke borrel en dyn sigaretsje

– Rèst sêft

Naamloos-1

Foar dij, fân dyn broers:

[jwplayer config=”Audio 550″ mediaid=”19206″]

“into that great Playstation sky”

 

Partir. C’est mourir. Punt. Oh, Mike ...

mikeOké: ik geef ‘t toe: ik ben een denker.

Niet een piekeraar, daar is ‘t leven te kort voor, maar wel een denker. Ik denk altijd na over dingen. Gevoelens. Gebeurtenissen. Mensen. Niet zwaarmoedig maar realistisch. Relativeren is mijn tweede natuur zo onderhand.

“Ken ‘t net sa as it moat, dan moat it mar sa as it ken” zegt mijn heit deit dan altijd. Rationeel dus.

De laatste dagen word ik echter door een emotie overmand, bijna letterlijk, waar ik me totaal geen raad mee weet. Ik! De cynicus! Altijd en overal een antwoord op. Maar dit? Geen idee wat ik ermee aan moet…

Afscheid.

Ik kan geen afscheid nemen. Althans, niet van zaken waar ik tot in het diepst van m’n ziel om geef.

Voorbeeld: mijn gang vanuit het Friesche naar ‘t westerse, nu inmiddels zo’n acht jaar geleden; ik had er geen enkel probleem mee. Hup, 32 jaar historie down the drain. Het deed me geen reedt. Bijna tastbaar zou je kunnen zeggen.

Mijn eerste ex na veertien jaar samenwonen? Tsjakka. Piece of cake

Maar nu? Hier komt geen ratio aan te pas. Ik hou me stoer. Ik hou me groot. Ik lach hierom. Weliswaar als een boer met kiespijn maar desalniettemin: Ha!

Maar inwendig jank ik mezelf te barstens. Sterker nog; de laatste twee dagen zijn een ramp. Ik loop al 48 uur met dikke ogen. Draai de zender door als er een ballad ten gehore wordt gebracht. Vermijd herkenbare situaties. Zoek afleiding door me drie slagen in de rondte te werken. Zap me het leplazerus op de tv. Afleiding wil ik…

En morgen… morgen is het zover. Afscheid.

Want ‘t wordt nog een slag erger als je ‘t al (ver) van te voren weet. En ik kàn het niet. Ik relativeer me ziek.

Fokking ratio. Waar istie als je ‘m zo hard nodig hebt?