Dit Is Uw Leven Gatgedicht. | #klussemeidurk

Wederom vijf jaar van mijn leven, gegarandeerd de aankomende veertien dagen hardcore (spier-) pijn van boven naar benee, bovenop de reguliere chronische vermoeidheid vanwege daarom, maar met vreugde in mijn hartje kan ik u mededelen dat mijn gat is gedicht.

Ik herhaal: mijn gat is gedicht.

Einde bericht.

PS. Stratenmaken blijft zo niet mijn ding een vak. Bah.

Tafeltjedurkje #klussemeidurk

Al sinds mijn eerste autootje is ‘t drama achter het stuur. Een beetje bocht et voilà: werkelijk niks blijft er op die kutbijrijdersstoel staan. Dat men daar nou nog niks op bedacht heeft. We sturen mensen naar de maan Mars maar je flesje cola rechtop houden tijdens het autorijden? Vergeet het maar.

Laatst nog. Sta ik bij Mac’s drive-in, neem m’n bestelling in ontvangst, stuur mezelf vervolgens richting parkeerplaats en wat denk je? Bam! Milkshake over de vloer.

Balen. 😤

Enfin. Geen meuk is mijn automatten bespaard gebleven, zo door de jaren heen; cola, 63 aanstekers, de inhoud van m’n portomonee, sleutelbossen, volle balen shag, minstens vier patat (mét mayonaise!) en zelfs een incidentele asbak over het interieur.

En toen, 32 jaar na het behalen van mijn rijbewijs, was ik het hélemaal zàt: hier móést een oplossing voor komen.

Omdat ik toevallig sloophout, een stukkie vloerbedekking, een half blikje zijdeglans, twee linkerhanden én tijd teveel had, was de keuze gauw gemaakt; een auto-tafeltje (ook wel: Autofeltje©®™). Eureka!

Oké, toegegeven; hij is zo scheef als een hoerentoeter maar dat geeft niks, dat zijn we hier gewend, en dus stellen we onszelf de volgende vragen;

1. Functioneert ‘t? Ja.

2. Is ‘t mooi? Nee.

Aldus, loeizwaar en niet van z’n plek te krijgen en klààr is Kees de Klussert. 💪

Goed. Nu nog even een reden bedenken om die auto weer eens te gebruiken.

#ikmaakwatmee


Méér

Who needs hoveniers anyways? Go home bamboe, you're drunk.


[Zoek de verschillen. Beweeg je muis over de foto’s voor een voor-na impressie]


Je zal wel denken; ‘Heb je hem weer met z’n tuin. Maak jij nou nooit iets mee, Eamel?’

Nou, om eerlijk te zijn; nee. Ik ben, door diverse oorzaken waarmee ik je verder niet zal vermoeien, nou eenmaal niet in de gelegenheid op vakantie te gaan of dagjes-uit en dus haal ik mijn levensvreugde o.a. uit de inhoud van mijn tuin.

Maar je hebt gelijk als je zegt dat mijn hortus je zo onderhand je neus uit komt en dus denk ik dat het beter is dat onze wegen zich hier scheiden. Geen zorgen; het ligt niet aan jou, het ligt aan mij. 😂

Zo. Nu we dat uit de weg hebben even over het volgende.

Wie ‘t hier (én op de Feestboeks) wél een beetje gevolgd heeft weet dat de levensvreugde hier qua tuin de laatste tijd nogal ver te zoeken was daar ik getergd werd door een vergeten bamboestruikje wat zich ongevraagd als een nazistisch totalitaire dictatuur over een nutteloos stukje achtertuin had ontfermd.

Toen bleek dat hoveniers kennelijk in dit jaargetijde in het geheel geen belang hebben bij werk (geen énkele reactie!) diende ik de spreekwoordelijke koe dan maar zélf bij de horens te vatten.

Hoewel mijn aandoening nauwelijks enige fysieke inspanning toelaat -althans; langer dan een half uur want chronische vermoeid (PDF)- kan ik niet anders concluderen dat ik dat fascistoïde tyfus-onkruid (excusez le mot) er best wel netjes onder heb gekregen.

Let wel; zonder de ‘hulp’ van de Monsanto‘s, buurmannen en anderzijds geschikte apparatuur van deze wereld 👊😎

Kortom. Eindstand:

bamboe – eamel = 0-1


(Ter bewijsvoering én het feit dat ik teveel tijd heb, ben ik zo vrij geweest één en ander op beeld te zetten. Een soort van ‘opdat we niet vergeten’-Erlebnis. Je weet tog.)


2 - Voor
2 - Na

Méér

Hekje twee; hoerentoeter #klussemeidurk


ÉÉN.

Ik was ‘m helemaal zat, die heg.

Die stond er maar groot en vormloos te zijn en maakte -al dan niet bewust- mijn postzegeltuintje tot één grote hagenbeuk beukenhaag

Daarbij opgeteld zag ik door de heg de hondjes niet meer en dus restte mij als lord of the mansion maar één laatste redmiddel; de bijl erin (in de heg, niet in de hondjes).

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan want de wortel ervan reikte zowat tot aan China maar gelukkig kreeg ik hulp van Ome Willem en toen was het in een poep en een scheet gedaan; wèg heg.

Vervolgens een overdaad aan graszaad op de kalende plek, beetje koeienmest en een beetje water en nu maar afwachten.

Anyhoo.


TWÉÉ.

Het doet pijn om toe te geven maar dat andere hekje was inderdaad spoeglelijk. En dus besloot ik er nieuwe hagenbeukjes beukenhaagjes tegen aan te plakken opdat dit huis een beetje de/het cachet van eertijds krijgt.

Want bij oude huizen horen oude hagenbeukjes beukenhaagjes en niet van die lelijke Buxussen en zo. Je weet tog.

Zo gezegd, zo gedaan. 

Hagenbeukjes beukenhaagjes: check.


DRIÉ.

Bleef de kwestie van de weglopende hondjes als mevrouw en ik weer eens op de buitenbank plaatsnamen om de laatste zonnestralen van de dag mee te pikken; er moest een afsluitend tuinhekje in.

Gietijzer? Mooi want klassiek maar -helaas- hekjes op Marktplaats pasten niet, waren veels te duur of werden in Lutjebroek aangeboden en dus moest ik, tegen beter weten in, er dan zelf maar één maken. Van hout, uiteraard.

Ik had nog een schuttingpaal liggen, wat verf en scharniertjes en na wat passen en meten was -ie klaar; mijn hekje. Vervolgens wat palen de grond in, beetje cement erbij voor de stabiliteit en het was toen dat ik erachter kwam dat ‘t hekje zo scheef was als een hoerentoeter.

Maar omdat ik er geen zin meer in had zou ‘t me werkelijk aan de anus oxideren wat een ander ervan vond, en dus besloot ik ter plekke dat het goed was. Kortom; hekje klaar.


VIÉR.

Helaas was ik vergeten het hoogteverschil van de tuin in mijn berekeningen mee te nemen met als resultaat dat mijn hekje niet open of dicht kon. Kut. Déjà vu werd mijn deel. 

Omdat ik geen stratenmakende connecties heb werd ik gedwongen mezelf dat in één dag bij te brengen. En verdomd; zes drie uur en heel veel aan beloofde spierpijn later lag daar een nieuw -waterpas- (!) padje en kon m’n hekje open. Hoera!

Scheef als een hoerentoeter. Maar als je je ogen dichtknijpt tot een spleetje zie je daar op een afstandje niks van. Sort of.

Méér